- Opinie
- |
- Beleid en organisatie
- |
- po
- vo
Wie bepaalt wat digitalisering met de school doet?
Digitalisering verandert niet alleen hoe leerlingen leren, maar ook hoe de school als sociale gemeenschap functioneert. Volgens socioloog en onderwijswetenschapper Iliass El Hadioui ligt precies daar een belangrijke opdracht voor bestuurders: “Organiseer het professionele gesprek over digitalisering in plaats van technologie als een neutrale oplossing de school binnen te brengen.”
Door de redactie
Wie het over digitalisering in het onderwijs heeft, denkt al snel aan laptops, digitale leermiddelen of AI. Maar daarmee missen we een belangrijk deel van het verhaal, stelt keynotespreker op OnderwijsInzicht 2027 Iliass El Hadioui. “De school is meer dan een plek waar kennis wordt overgedragen. Het is ook een minisamenleving waarin leerlingen zich ontwikkelen en leren samenleven en zich tot anderen verhouden.”
Drie verschijningsvormen van digitalisering
Iliass El Hadioui onderscheidt 3 verschijningsvormen van digitalisering die die minisamenleving zijn binnengedrongen. De eerste vorm is de didactische digitalisering: digitale middelen die worden ingezet om leren en lesgeven te ondersteunen. Iliass: “De afgelopen jaren is daar veel mee geëxperimenteerd. Inmiddels is het idee dat méér digitalisering automatisch beter onderwijs betekent op veel plekken losgelaten. In de discussies over de impact van digitalisering op de samenleving, was altijd de vraag of kinderen wel goed tot leren komen. Bij didactische digitalisering ging het bijvoorbeeld over de kwestie of het niet beter is dat leerlingen lesstof met de hand opschrijven.”
Maar digitalisering raakt niet alleen het leren zelf. Ook de manier waarop leerlingen met elkaar samenleven verandert: het sociale leven virtualiseert, zoals El Hadioui het zegt. Deze tweede vorm is minder zichtbaar, maar volgens hem minstens zo belangrijk. “Denk aan WhatsApp, Snapchat en andere digitale omgevingen waarin jongeren een groot deel van hun sociale leven vormgeven.”
De derde vorm, generatieve AI, staat nog grotendeels aan het begin van de ontwikkeling. Iliass: “Die technologie kan niet alleen leeractiviteiten ondersteunen, maar mogelijk ook taken overnemen die traditioneel onderdeel waren van het leerproces.”
Iliass El Hadioui op OnderwijsInzicht 2027
De klas als minisamenleving
Voor bestuurders is vooral de tweede vorm interessant, vindt El Hadioui. Want wat gebeurt er wanneer een deel van het sociale leven van leerlingen zich verplaatst naar digitale omgevingen? De wetenschapper gebruikt daarvoor het sociologische begrip footloose: ontworteling, oftewel: losgeraakt zijn van een specifieke fysieke plek. “Digitalisering maakt het sociale leven meer footloose. Het klaslokaal wordt minder vanzelfsprekend de plek waar het sociale leven van leerlingen zich afspeelt en de fysieke ervaring van het klaslokaal wordt daardoor veel vloeibaarder.”
Dat heeft gevolgen voor de school als minisamenleving. Iliass legt het uit: “In een klaslokaal zijn leerlingen fysiek bij elkaar. Ze zien wat er gebeurt, merken hoe anderen reageren en maken voortdurend kleine sociale interacties mee. Veel daarvan is niet gepland en heeft niets met de lesstof te maken. Door de virtualisering van het sociale leven is de minisamenleving van de klas als sociaal-intieme plek flink geërodeerd. In het klaslokaal ben je veel meer op de hoogte van wat er daarbuiten heeft plaatsgevonden; buiten komt binnen.”
Maar juist die toevallige, spontane interacties zijn zo belangrijk, vindt Iliass. Ze vormen een essentieel onderdeel van wat leerlingen op school leren. “Niet alleen rekenen, taal of geschiedenis leren maakt school zo belangrijk, maar ook hoe je met anderen omgaat, hoe je conflicten oplost, hoe je consensus bereikt en hoe je je verhoudt tot mensen die anders denken of doen. En dan niet geleerd vanuit de boeken, maar in de ervaring in deze sociaal intieme ruimte.”
Zelfcorrigerend vermogen
Dat de smartphone nu van steeds meer scholen wordt geweerd is een ontwikkeling die volgens Iliass El Hadioui iets belangrijks laat zien: de schoolgemeenschap blijkt niet alleen ontvanger van technologische ontwikkelingen, maar kan daar ook op reageren. “De mini-samenleving van de school als leefwereld heeft vanuit die zienswijze een zelfcorrigerend vermogen en duwt de invasie van digitalisering terug.”
In plaats van je als bestuurder af te vragen welke technologie je op school gebruikt, zou je je moeten afvragen welke plek je wilt dat technologie inneemt in de leefwereld van je leerlingen, stelt Iliass. De discussie verschuift daarmee naar: wat willen we dat leerlingen op school samen leren doen? En daar ligt volgens hem voor bestuurders een fundamentele opdracht. “Digitalisering wordt meestal scholen binnengebracht als een soort neutrale techniek. Zoals hoe je het licht aandoet of de airco werkt. En het zou heel gek zijn om met elkaar te debatteren over hoe je het licht aandoet. Daarvan zeggen we: dat laten we bij de technici.”
Niet alleen rekenen, taal of geschiedenis leren maakt school zo belangrijk, maar ook hoe je met anderen omgaat, hoe je conflicten oplost, hoe je consensus bereikt.
Bij digitalisering werkt die redenering volgens hem niet. De keuze voor een digitale toepassing beïnvloedt immers hoe leerlingen leren, hoe professionals werken en hoe de sociale werkelijkheid van de school eruitziet. “Het is geen neutrale aangelegenheid, wat betekent dat we het vanuit een waardegedreven perspectief moeten aanvliegen.”
Daarmee verandert de rol van de bestuurder. Iliass: “De fundamentele rol van de bestuurder is niet het binnenhalen van digitalisering in scholen als een neutrale techniek, maar het bevragen hiervan terugleggen op het niveau van professionele teams en de voorwaarden creëren waarmee die professionals hier gezamenlijk een goed oordeel over kunnen vormen.”
Een backstage creëren
Want docenten bepalen bij voorkeur niet ieder afzonderlijk hoe ze omgaan met AI, smartphones of digitale leermiddelen. Teams onderzoeken juist gezamenlijk wat passend is. Iliass: “Het team is: alle docenten en leiders, maar ook de schoolleiders van de verschillende schoolbesturen bij elkaar. Het gesprek moet heel nadrukkelijk plaatsvinden binnen de school en tussen de scholen.”
Bestuurders kunnen hun teams faciliteren door een zogenaamde backstage te creëren, stelt Iliass. “In die backstage kunnen professionals zich tijdelijk losmaken van de dagelijkse praktijk en gezamenlijk nadenken over complexe, gelaagde vraagstukken. Niet om het met elkaar eens te worden of zo snel mogelijk consensus te bereiken, maar om op zoek te gaan naar de beste argumenten. Het is mijn ervaring dat het probleemoplossend vermogen van zo’n professionele cultuur in één keer wordt opgerekt. Dat is de kern van de oplossing. Een goed leergesprek verandert de vraag die professionals zichzelf stellen. Die is niet langer: wat vind ik hiervan? Maar: wat is, in het licht van onze hogere doelen, goed voor onze leerlingen?”
Leergesprek invoeren
Hiervoor is volgens Iliass El Hadioui wel iets nodig: dieptekennis. Een professioneel gesprek over AI of virtualisering heeft weinig waarde als deelnemers onvoldoende weten waarover ze praten, stelt hij.“Als je leergesprekken hebt in teams, gaan mensen ervan uit dat ze zelf regie hebben over iets. Maar daarvoor moeten ze wel weten waar het over gaat.” Daarom pleit hij voor een leergesprek waarin professionals hun kennis verdiepen, ervaringen delen en gezamenlijk onderzoeken wat de consequenties zijn. Iliass: “Dat gesprek kan vervolgens leiden tot een gezamenlijke keuze, waarbij niet iedereen het eens hoeft te zijn met het uiteindelijke besluit, maar ze het wel samen gaan doen. Professionals krijgen de ruimte om het oneens te zijn, maar voelen zich gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitkomst.”
Iliass El Hadioui besluit: “Voor bestuurders is het nu de kunst om innovatief denken binnen te brengen vanuit de systeemwereld en dat te verbinden met de leefwereldervaringen van de mensen binnen de scholen. Doordat de leefwereldprofessionals bij uitstek degenen zijn die het onderscheid kunnen maken tussen wat de leerlingen schade berokkent en wat juist aan hun welbevinden bijdraagt, gaat die filter bepalen of je goed kanaliseert of niet.”