Doorgaan naar hoofdinhoud

Goede leermiddelenkeuze vraagt om sturing van schoolleiders en bestuurders

Op 26 oktober wordt het Landelijk Kwaliteitskader Leermiddelen gelanceerd. Dat gebeurt op een belangrijk moment. Met de invoering van nieuwe kerndoelen kijken veel scholen opnieuw naar hun onderwijs. Dan komt vanzelf ook de vraag op tafel: passen onze leermiddelen nog bij wat we onze leerlingen willen leren?

Door Larissa Zegveld

08 October 2026
3 minuten lezen

Dat betekent niet dat iedere school nu een nieuwe methode moet kiezen. Het is wel een goed moment om stil te staan bij de keuzes die we maken. Wat hebben we nodig? Welke kwaliteit verwachten we? En hoe zorgen we dat we daar als school goede keuzes in maken? Daar ligt een belangrijke rol voor bestuurders en schoolleiders.

De keuze ligt bij het team, de regie bij de school

Leraren weten wat werkt in hun klas. Zij kennen hun leerlingen, hun vak en hun onderwijspraktijk. Het is dus logisch dat de keuze voor een methode of leermiddelenmix dicht bij de teams ligt. 

Maar als bestuurder of schoolleider wil je wel weten hoe die keuze tot stand komt. Welke uitgangspunten hebben we als school? Wat verstaan we onder kwaliteit? Hoe sluit een leermiddel aan bij onze onderwijsvisie? Welke eisen stellen we aan inhoud, didactiek, toegankelijkheid en duurzaamheid? En hoe verhoudt de keuze zich tot het beschikbare budget?

Dat zijn geen vragen waarmee je op de stoel van de leraar gaat zitten. Je geeft teams juist de ruimte om hun expertise in te zetten binnen duidelijke kaders. Niet door voor te schrijven welke methode het moet worden, maar door samen helder te maken wat belangrijk is.

De markt maakt die regie extra belangrijk

Dat gesprek is nu extra relevant. De Autoriteit Consument & Markt concludeerde deze week dat de markt voor leermiddelen in het voortgezet onderwijs niet goed werkt. Drie grote uitgevers hebben in veel vakken een groot en stabiel marktaandeel. Prijzen zijn de afgelopen zeven jaar sneller gestegen dan die van vergelijkbare producten en het aanbod sluit volgens de ACM onvoldoende aan bij de behoeften van scholen. Ook het aanbod van herbruikbare leerboeken is sterk afgenomen. Dat maakt leermiddelenkeuze meer dan een praktische inkoopvraag.

De ACM wijst daarbij ook nadrukkelijk naar scholen zelf. Scherper kijken naar de verhouding tussen prijs en kwaliteit, duurzame en herbruikbare materialen meenemen en meer samenwerken bij de inkoop kunnen helpen om de markt beter te laten werken.

En daar begint ook publieke regie: zorgen dat scholen voldoende positie hebben om zelf goede keuzes te maken.

Ook open leermateriaal kan scholen meer ruimte geven in hun leermiddelenkeuzes. Het vergroot het aanbod van goed en flexibel inzetbaar leermateriaal en biedt teams de mogelijkheid om materiaal aan te passen aan hun eigen onderwijspraktijk.

Open leermateriaal is vrij beschikbaar, bewerkbaar en deelbaar. Daarmee kunnen scholen meer variatie aanbrengen in hun leermiddelenmix en zijn ze minder afhankelijk van één vaste methode.

Het programma Impuls Open Leermateriaal helpt om de ontwikkeling en het gebruik van open leermateriaal verder te versterken. Daarmee ontstaat voor scholen meer ruimte om bewust en onderbouwd te kiezen wat past bij hun onderwijs.

Een gezamenlijke taal voor kwaliteit

Daar kan het nieuwe Landelijk Kwaliteitskader Leermiddelen bij helpen. Het geeft scholen een gezamenlijke taal om over kwaliteit te praten.

Dat helpt in het gesprek met teams. Waarom hebben jullie voor dit leermiddel gekozen? Welke sterke punten zien jullie? Hoe sluit het aan bij onze onderwijsvisie? En hoe verhoudt de keuze zich tot het beschikbare budget?

Publieke regie vraagt ook publieke ondersteuning

Scholen moeten hun eigen keuzes kunnen maken. Tegelijkertijd hoeven ze dat niet alleen te doen. Daar heeft Kennisnet een rol. Als publieke organisatie voor het onderwijs helpen we mee aan de kennis en randvoorwaarden die scholen nodig hebben om goede, onderbouwde keuzes te maken.

Het Landelijk Kwaliteitskader Leermiddelen is daar een voorbeeld van. Het is ontwikkeld door het Nationaal Kennisinstituut (NKO) en SLO, in opdracht van het ministerie van OCW en samen met partijen uit het onderwijsveld, waaronder Kennisnet. De criteria uit het kader worden ook opgenomen in de Open Keuzecatalogus van SIVON.

Over de auteur Larissa Zegveld

Larissa Zegveld is directeur-bestuurder van Kennisnet

De onderwerpen waarover wij publiceren