- Opinie
- |
- Beleid en organisatie
Digitale autonomie vraagt om meer dan een alternatief voor big tech
De wens om minder afhankelijk te zijn van grote technologiebedrijven leeft breed in het onderwijs. Scholen en besturen vragen zich af welke alternatieven er zijn voor de digitale voorzieningen die zij dagelijks gebruiken. Kunnen we overstappen naar andere leveranciers? Biedt open source een oplossing? En hoe zorgen we ervoor dat we zelf aan het stuur blijven staan van onze digitale toekomst?
Door Larissa Zegveld
Dat zijn belangrijke vragen. Want wie digitale autonomie reduceert tot sec de keuze voor een andere leverancier, mist een groter punt. Digitale autonomie gaat niet in de eerste plaats over technologie. Het gaat vooral over regie.
Wendbaarheid als voorwaarde
De afgelopen jaren is duidelijk geworden hoe afhankelijk het onderwijs is van digitale voorzieningen. Dat hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Samenwerking met marktpartijen heeft het onderwijs veel gebracht. Maar afhankelijkheid wordt kwetsbaar wanneer er geen alternatief is als een leverancier uitvalt, voorwaarden verandert of niet langer aansluit bij wat het onderwijs nodig heeft.
Daarom wordt iets urgenter waar Kennisnet al langer voor pleit: inzicht in afhankelijkheden en voorbereiding op verandering. Welke producten gebruiken we? Hoe afhankelijk zijn we van specifieke leveranciers? Wat gebeurt er als een dienst niet meer beschikbaar is? En hoe snel kunnen we overstappen naar een alternatief?
Dat laatste vraagt om exitscenario’s die beschrijven wat nodig is om voorbereid te zijn op een situatie waarin scholen onverwachts geen gebruik meer kunnen maken van big tech. Enerzijds als onderdeel van crisismanagement: wat doe je als een voorziening plotseling uitvalt of een digitale dreiging zich aandient? Anderzijds als onderdeel van strategisch beleid: hoe organiseer je digitalisering zodanig dat je kunt veranderen wanneer je dat zelf wilt?
Samen met SIVON ontwikkelen we exitscenario’s voor situaties waarin afhankelijkheid van big tech moet worden verminderd of beëindigd, bijvoorbeeld in het kader van digitale autonomie. We werken deze scenario’s uit in draaiboeken, toetsen de haalbaarheid van voorgestelde oplossingen en formuleren passende oplossingsrichtingen.
In een eerder blog betoogde ik ook al het belang van goed voorbereid zijn op digitale dreigingen.
Is open source de oplossing?
In discussies over digitale autonomie valt ook steeds vaker één antwoord: open source. Het is begrijpelijk dat open source zoveel aandacht krijgt. Open source software kan afhankelijkheden verminderen en biedt meer mogelijkheden om zelf invloed uit te oefenen op technologie. Daarmee kan het een belangrijke bijdrage leveren aan digitale autonomie. Maar open source is geen doel op zich. En ook geen gegarandeerde oplossing.
Of open source daadwerkelijk bijdraagt aan digitale autonomie hangt af van de manier waarop we deze software inzetten, beheren en organiseren. Ook open source kent afhankelijkheden. Ook daar moeten keuzes worden gemaakt over beheer, financiering, ondersteuning en governance.
Daarom is het belangrijk om juist nu het gesprek te voeren over de rol die open source kan spelen in het onderwijs. Niet vanuit technologie alleen, maar vanuit de vraag welke publieke waarden we willen beschermen en versterken.
Op 25 juni gaan onderzoekers, onderwijsprofessionals, beleidsmakers en sectororganisaties hierover met elkaar in gesprek. Praktijkervaringen, inzichten en voorbeelden uit Nederland en Europa staan daarbij centraal. De bijeenkomst wordt mogelijk gemaakt door de Universiteit Utrecht, SIVON en Kennisnet.
Naast open source is ook het gebruik van open standaarden van belang.Waar open source gaat over vrij beschikbare broncode, zorgen open standaarden ervoor dat systemen van verschillende aanbieders goed met elkaar kunnen samenwerken. Scholen houden daardoor keuzevrijheid, voorkomen afhankelijkheid van één leverancier en houden meer regie over hun digitale omgeving.
Bouwen aan een digitale basis
Digitale autonomie ontstaat bovendien niet alleen op het niveau van individuele applicaties. Ze vraagt om een sterke digitale basisinfrastructuur voor het onderwijs. Kennisnet werkt daarom al sinds haar oprichting samen met publieke en private partijen aan voorzieningen, afspraken en standaarden waarin publieke waarden zijn geborgd.
Een recent voorbeeld op het terrein van alternatieven in de basisinfrastructuur is Nextcloud, een Europees open-source platform voor bestanden, samenwerking en communicatie. Je kunt het zien als een Europees alternatief voor diensten zoals Microsoft 365 of Google Workspace. Zij zijn onlangs in Nederland een samenwerking aangegaan met Cloudwise: en Nederlands bedrijf dat digitale werk- en leeromgevingen voor scholen levert.
Een publieke verantwoordelijkheid
Digitale autonomie wordt vaak gepresenteerd als een technisch vraagstuk. Maar dat is het niet.
In de kern gaat het om de vraag of het onderwijs voldoende grip houdt op zijn digitale toekomst. Of scholen zelf kunnen bepalen welke technologie zij gebruiken. En of publieke waarden zoals toegankelijkheid, betrouwbaarheid, veiligheid en keuzevrijheid ook in een digitale omgeving gewaarborgd blijven.
Dat vraagt niet om één leverancier. Ook niet om één technologie. Het vraagt om een sector die weet waar haar afhankelijkheden liggen, die voorbereid is op verandering en die gezamenlijk werkt aan een sterke digitale basis. Het vraagt dus om regie. En daarmee is het chef sache.
Over de auteur Larissa Zegveld
Larissa Zegveld is directeur-bestuurder van Kennisnet