We spreken de vier adviseurs online. Naast hun professionele opinie, is ook de menselijke kant ineens meer zichtbaar: hun werkkamer, hun gezin. Die beide kanten kleuren hun reflectie. 

Terugkijken op de afgelopen weken: Les op afstand

Alle vier de strategisch adviseurs zijn erg onder de indruk van wat het onderwijs de afgelopen weken voor elkaar heeft gekregen. Frans: “Ik zie dat scholen met veel snelheid de lessen online hebben georganiseerd. Met een rooster via een administratiesysteem, huiswerk via een elektronische leeromgeving (elo), lesgeven via een videoverbinding. Leraren hebben ontzettend veel bijgeleerd, hun ict-bekwaamheid is wat digitale basisvaardigheden betreft enorm toegenomen.”

Willem-Jan: “Ook scholen die nog niet zoveel digitaal werkten, hebben manieren gevonden om leerlingen op afstand te begeleiden en thuis te laten werken. Met planningen in de elo, contact via elo/app/mail/video, digitale klassen, en digitale toegang tot lesmateriaal dat normaal gesproken alleen op papier wordt gebruikt.

Michael: “Dat is allemaal echt heel knap. En het werkt ook, tot op zekere hoogte. Maar tegelijkertijd is het een vorm van technologiegedreven innovatie: ik zag scholen zoeken naar tools en technieken die de bestaande lespraktijk kunnen vervangen. De context van het leren is nu echter volledig anders: geen les in een bekend klaslokaal, maar thuis, temidden van het gezin en veelal met zorgen om gezondheid of gevoelens van onrust. We zullen dus van substitutie naar transformatie moeten. Een nieuwe fase in het innovatieproces.”

Vooruitkijken naar de komende periode: Leren op afstand

De komende periode is er aandacht nodig voor nieuwe aspecten van lesgeven op afstand. 

Allereerst: hoe organiseren we het onderwijsproces beter? Michael: “Als we van les op afstand naar leren op afstand willen komen, moeten we de aandacht verleggen van techniek en tooling naar het onderwijsproces zelf en het organiseren daarvan.”

Willem-Jan: “In de afgelopen weken was het devies om zoveel mogelijk te werken vanuit de leermaterialen en de digitale tools (elo, etc.) die u al gebruikt en kent. Dat biedt houvast voor zowel leraar als leerling. We adviseerden daarbij te kijken naar de digitale materialen bij de methode (voor zover u die niet al gebruikte), omdat die zouden kunnen helpen bij onderwijs op afstand en nu gratis worden aangeboden. Leraar en leerling zijn al vertrouwd met de context, opbouw en didactiek ervan.

Moeder en kind maken schoolwerk
Moeder helpt leerling bij les op afstand

Redeneer vanuit kern onderwijs

Voor de komende periode is ons advies om te redeneren vanuit de kern van het onderwijs: welke leerdoelen heeft u met uw leerlingen? Welke stof heeft nu prioriteit, en welke nu misschien wat minder? En dan te bedenken hoe u het onderwijs nu gaat organiseren.”

Frans: “Hoe langer het duurt, hoe belangrijker de pedagogisch-didactische kant wordt. Hoe blijft u met uw leerlingen in contact, juist ook met leerlingen met wie dat nu heel lastig blijkt? Hoe geeft u variatie in hun onderwijs, om niet alleen de cognitieve kant aan bod te laten komen? En hoe houdt u hun voortgang in de gaten, nu reguliere toetsen niet mogelijk zijn?” In het onderdeel Toetsen op lesopafstand.nl zal hier de komende periode extra aandacht voor zijn.

Welzijn van leerlingen

Daarmee komt Remco op het tweede aspect, het welzijn van de leerlingen: “Hoe het met leerlingen gaat, zal heel verschillend zijn. Velen van hen zijn niet rustig thuis aan het werk, maar delen hun devices of werkplek met ouders en broers of zusjes. Ze hebben zorgen over de gezondheid van naasten of wat er in de wereld gebeurt. Sommigen hebben sowieso geen gemakkelijke situatie thuis. Er is met behulp van SIVON een mooie stap in gang gezet om veel leerlingen van een eigen device te voorzien. Maar daarmee zijn we er niet. Persoonlijk contact blijft essentieel.”

Remco vervolgt: “Aan de instrumentele digitale geletterdheid van leerlingen en leraren is de afgelopen tijd hard gewerkt, en dat gaat best goed. Maar de sociale kant speelt ook een grote rol. Digitaal pestgedrag en online shaming van bijvoorbeeld leraren neemt toe nu er meer digitaal gewerkt wordt, is mijn indruk. Zowel instructie in dit aspect van digitale geletterdheid (hoe dient u zich in een digitale wereld te gedragen) als pedagogische interventies zijn hard nodig om de sociale veiligheid te waarborgen.” Lees hierover meer in deze publicatie over sociale media en schoolmedewerkers

Willem-Jan ziet dat veel scholen zich ook zorgen maken over leerlingen die nu  achterstanden oplopen. “Het is essentieel om goed inzicht te krijgen in de voortgang van leerlingen,” meent Willem-Jan. “Kijk vervolgens per leerling, per klas, wat er daadwerkelijk aan achterstand is: gaat dat om gemiste lesstof, om extra oefening die nodig is, of speelt er iets anders? U kunt aanvullend lesmateriaal, bijvoorbeeld open materiaal via de Wikiwijs-themapagina’s, gebruiken om specifieke achterstanden aan te pakken. Daarnaast kunt u kijken naar aanvullende mogelijkheden als zomerscholen.”

Leraren

Het derde aspect dat aandacht verdient is het welzijn van de leraren. Willem-Jan: “Zij hebben keihard gewerkt, en beginnen dat te merken. Veel leraren leggen de lat hoog, willen hun leerlingen het beste onderwijs geven en eisen daarbij veel van hun leerlingen en van zichzelf. Daarin voelen ze zich nu vaak belemmerd.” Frans: “Maar een alternatief ontbreekt. Ieder heeft daar mee gedaan wat hij kon en er is veel bereikt. Na de eerste hectische periode ontstaat nu ook irritatie: digitaal werken op afstand kost veel energie, in ieder geval omdat we er niet aan gewend zijn en iedereen is nog volop aan het leren.”

Michael: “Dat past ook bij de wetmatigheden van de hype cycle van Gartner, die Fons van den Berg aanhaalt in zijn blog over afstandsleren. Na de eerste hype van hoopvolle verwachtingen moeten we ook teleurstellingen door en daar lessen uit leren, om uiteindelijk op een aanpak uit te komen die effectief gebruik maakt van technologie waar dat waarde toevoegt.” 

Leerling volgt les op afstand
Leerling volgt les op afstand

Tools en infrastructuur

Een vierde en laatste aspect dat de adviseurs noemen zijn de gekozen tools en infrastructuur. De afgelopen weken is er snel geschakeld, om tot oplossingen te komen die nú werken. Remco: “In de haast die scholen de afgelopen weken hadden om het snel te organiseren, is er veelvuldig gekozen voor het opschalen van tools van grote techbedrijven.

Dat is begrijpelijk, want die tools waren vaak al in huis en werken over het algemeen goed. Maar daarmee versterken we ook de afhankelijkheid van deze partijen. Het onderwijs was voor technologiebedrijven al een ‘groeimarkt’. In crisistijd maakt deze ontwikkeling een groeispurt door. Maar wat als de crisis is geluwd? Zijn onze publieke en persoonlijke waarden dan niet in het geding? Hoe zit het met de privacy? Ik hoop dat er in deze tijd ook ruimte wordt gemaakt voor bezinning op de groeiende invloed van ‘big tech’ en hoe u daar als school na de crisis toe kunt verhouden en welke maatregelen u daarbij kunt nemen. Bijvoorbeeld door producten van Google en Microsoft nog scherper en privacy-vriendelijker in te richten. Binnenkort legt Kennisnet uit hoe.  ” (Tip: Remco sprak over publieke waarden, privacy en thuiswerksoftware bij BNR Nieuwsradio.)

“Dat geldt eveneens voor de voorzieningen voor de ict-infrastructuur,” volgens Michael. “We leren nu veel over wat we van leveranciers nodig hebben buiten het schoolgebouw, in de thuissituatie en van cloudaanbieders. Dat moeten we straks ook herontdekken binnen het schoolgebouw als leerlingen met alle nieuwe toepassingen op hun (wellicht ook nieuwe) devices het gebouw weer binnenstappen. Zet dat op een rij en ga het gesprek aan met uw leverancier(s).”

De periode daarna: Blijvend effect

Als iedereen straks weer naar school mag, wordt alles dan weer normaal? Nee, zeggen de adviseurs eensgezind. Misschien duikt het virus nogmaals op en moeten er opnieuw aanpassingen plaatsvinden. Maar de kans is ook groot dat leerlingen en onderwijsprofessionals veranderd zijn, en niet meer (helemaal) terug willen naar het oude. Daar moet u in de komende periode al op voorbereiden.

“Terug naar normaal? Helaas niet, in zekere zin, maar ook: gelukkig niet,” meent Frans. “In mijn verkenningen van hoe scholen innoveren blijkt steeds opnieuw dat urgentie een belangrijke driver voor verandering is. Dit geeft nu dus de mogelijkheid om vanuit uw onderwijsvisie het onderwijs opnieuw vorm te geven.”  

“Kijk in de evaluaties die u nu én straks doet daarom naar de toegevoegde waarde die het naar school gaan biedt,” zegt Michael. “Vraag wat leerlingen en leraren echt missen aan school. Is dat vooral de sociale interactie? Welk aspect van de lessen wordt gemist? En welk aspect van het onderwijs kwam meestal wel net zo goed of beter tot zijn recht via afstandsonderwijs? In onderstaande video geven leerlingen aan dat zij hun klas en de school missen, maar het ook lekker vinden om hun eigen planning aan te kunnen houden bij het leren. Dat geeft u handvatten om een blijvend positief effect aan deze periode te geven.”

Zowel Frans als Willem-Jan verwijzen voor deze handvatten naar het Vier in balans-model. Willem-Jan: “Gebruik wat u in deze periode leert om straks alle bouwstenen van Vier in Balans opnieuw langs te lopen en nieuwe keuzes te maken voor organisatie, vaardigheden, infrastructuur en leermateriaal.” 

Praat mee

Als er dus een periode is waarin u als onderwijsprofessional leert over hoe het anders kan, dan is het nu wel. Wij leren graag met u mee. En helpen waar we dat kunnen. Reageren? We horen graag van u in onze LinkedIn-groep.

Deel Langer les op afstand: tips om samen goed te blijven leren

Delen
  • LinkedIn
  • Twitter
  • Facebook
  • E-mail