Hieronder staan de kernpunten uit het derde essay ‘Data in de klas: een pleidooi voor meer vrije ruimte in het onderwijs’ van Remco Pijpers, Erwin Bomas, Lotte Dondorp en Niels Kerssens.

Een Nederlands klaslokaal is meer dan een ruimte met vier muren en een raam, verbonden met een schoolplein of naburig plantsoen. De moderne klas is een ‘cloudklas’, een ‘blended’ leeromgeving waarin allerlei digitale educatieve platforms – via apparaten zoals laptops, tablets, digiborden en VR-headsets – versmelten met onderwijs en lespraktijken. Deze platforms, geleverd door nationale en mondiale tech-aanbieders, vormen een ingewikkelde digitale infrastructuur waarin (gebruikers)data als brandstof fungeert.

iStock © iStock

Deze datagedreven infrastructuur heeft significante invloed op de rechten van kinderen. Aan de ene kant is er de hoop dat datagedreven onderwijs kinderrechten versterkt. De verzamelde data is een aanvullende informatiebron die leraren en leerlingen helpt om meer grip op het leerproces te krijgen en zo het recht op onderwijs en ontwikkeling te verbeteren. Maar datagedreven onderwijstechnologie kan kinderrechten ook onder druk zetten. Denk aan het recht op privacy en gegevensbescherming en het recht op spelen en vrije tijd. De ontwikkeling van het data-gedreven klaslokaal vraagt om een nieuw kinderrecht, namelijk het recht op vrije ruimte in het onderwijs.

Dataficatie van het onderwijs

Dataverzameling in het onderwijs heeft invloed op de verschillende rechten uit het VN-Kinderrechtenverdrag, te weten het recht op onderwijs, het recht op recht op leven, ontwikkeling en onderwijsdoelstellingen, het recht op privacy, het recht op bescherming tegen discriminatie en het recht op spelen en vrije tijd.

Die invloed is niet zwart-wit. Of kinderrechten onder druk komen te staan of worden versterkt heeft te maken met keuzes over wanneer, op welke manier en in welke context technologie wordt ingezet. Dit vraagt een actievere rol van scholen, publieke organisaties en onderwijsprofessionals, in dialoog met leveranciers van onderwijstechnologie en ondersteund door de overheid. Het waarborgen van het recht op voldoende vrije ruimte in het onderwijs staat daarbij voorop. Dit recht zou zelfs een geheel nieuw kinderrecht voor de digitale tijd moeten zijn.

De ontwikkeling van het data-gedreven klaslokaal vraagt om een nieuw kinderrecht, namelijk het recht op vrije ruimte in het onderwijs

Conclusies en aanbevelingen

De ontwikkeling, interacties en het welbevinden van leerlingen worden intensief geanalyseerd, met steeds krachtigere analysetools en met intiemere technologie. Oog houden voor kinderrechten bij de inzet van datagedreven onderwijstechnologie gaat in essentie om het stellen van de juiste vragen. Die vragen moeten niet gaan over hoe datagedreven technologie idealiter wordt ingezet, maar over wat vrije ruimte voor kinderen betekent in een digitale omgeving.

Onderwijstechnologie heeft impact op de vrije ruimte van kinderen om te leren, spelen, oefenen en uit te proberen – en idealiter zonder digitaal te worden gemonitord of gevolgd. We geloven dat deze technologie kinderrechten ook kan versterken. Bijvoorbeeld door kinderen uit te nodigen tot creativiteit en ruimte te scheppen om betrokken te zijn bij elkaar en bij de wereld. Daar zijn scholen voor nodig die, meer dan nu, durven te vragen wiens belangen worden gediend bij de verzameling en distributie van educatieve data. Een aansluitende vraag is hoe scholen vrije ruimte voor zich zien. Vrije ruimte is geen vanzelfsprekendheid, maar een recht waar ieder kind op iedere school op moet kunnen bouwen.

Lees ook de andere essays in deze reeks op de website van UNICEF Nederland

Deel deze pagina: Data in de klas: een pleidooi voor meer vrije ruimte in het onderwijs 

Delen
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • E-mail