Doorgaan naar hoofdinhoud
  • Uitleg
  • |
  • Artificial intelligence
  • |
  • po
  • vo

Leermiddelen differentiëren met AI

Om je onderwijs echt goed te kunnen afstemmen op de onderwijsbehoefte van elke leerling moet je als school je lesstof, lesmethodes en leeractiviteiten kunnen aanpassen aan je leerlingen. Om uiteenlopende redenen is dit differentiëren in de praktijk vaak lastig. De vraag is of de komst van AI daar verandering in kan brengen. Kan AI ondersteunen bij differentiëren met leermiddelen? Welke tools kun je daarvoor inzetten en met welke randvoorwaarden moet je rekening houden?

Portret van Maartje Kaag

Door Maartje Kaag

15 juni 2026
6 minuten lezen

Differentiatie blijft lastig in de praktijk

Differentiatie van lesmateriaal is in de praktijk vaak lastig, omdat het ontwikkelen van passende herhalings- of verdiepingsstof simpelweg veel tijd kost. Generatieve AI kan dat proces versnellen. Het kan helpen om leermateriaal beter te laten aansluiten op de behoeften van een klas, individuele leerling of subgroepen door snel extra oefenmateriaal te genereren, teksten aan te passen aan het leesniveau van een leerling of een actuele gebeurtenis in een bestaande les te verwerken. Maar hoe doe je dit? Daar zijn verschillende mogelijkheden voor.

Generieke en onderwijsspecifieke tools

Voor het differentiëren van lesmateriaal met generatieve AI kun je verschillende tools voor gebruiken: generieke AI-tools en onderwijsspecifieke tools. We lichten beiden toe: 

  • Generieke toepassingen. Bij generieke tools moet je denken aan ChatGPT, Claude of Copilot. Hoewel deze tools overal voor in te zetten en dus heel flexibel zijn, zijn ze niet speciaal voor het onderwijs ontwikkeld. Dat betekent onder andere dat het om de nodige vaardigheden en deskundigheid vraagt. Zo moet je goed zijn in het formuleren van prompts en het kritisch beoordelen van de output.
  • Onderwijsspecifieke tools. Er bestaan twee soorten onderwijsspecifieke tools waarmee je kunt differentiëren: leraargericht en leerlinggericht. Met leraargerichte AI-tools zoals LessonUp of Diffit kunnen leraren makkelijker differentiëren door sneller lesmateriaal aan te passen aan verschillen tussen leerlingen. Bijvoorbeeld in niveau, tempo, ondersteuning of interesse. De leraar houdt daarbij de regie en bepaalt hoe de AI pedagogisch verantwoord wordt ingezet. Leerlinggerichte AI-tools – ook wel AI-tutoren genoemd – kunnen gedifferentieerde begeleiding bieden. Zo kunnen zij bijvoorbeeld gepersonaliseerde ondersteuning, hints en automatische feedback geven tijdens het leren. Onderzoek suggereert dat deze systemen effectiever kunnen zijn dan generieke AI-toepassingen. Tegelijkertijd staat de ontwikkeling van AI-tutoren nog aan het begin: er moet nog veel over onderzocht worden, zeker buiten het domein van wiskunde waar het meeste onderzoek zich op richt.

Randvoorwaarden

Differentiëren met AI draait echter om meer dan het gebruik van een tool. Om er op een verantwoorde manier gebruik van te maken, moet je ervoor zorgen dat je eerst een aantal randvoorwaarden op jouw school op orde hebt.

Eisen aan AI-tools

Het gebruik van een AI-tool is niet zonder risico. Onderzoek daarom altijd kritisch of een tool is ontwikkeld met het onderwijs in gedachten, of die aansluit bij je pedagogisch-didactische uitgangspunten en of de tool voldoet aan eisen rond informatiebeveiliging en privacy. Het kan handig zijn om daarbij de eisen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD) in het achterhoofd te houden. Zij stelden een aantal voorwaarden op waar educatieve GenAI-tools minimaal aan moeten voldoen om ingezet te kunnen worden in het onderwijs:

  • Veilig en passend. GenAI-tools moeten veilige en leeftijdsadequate content genereren. 
  • Betrouwbaar en eerlijk. Een tool moet privacy en databescherming waarborgen, is transparant/uitlegbaar en beperkt algoritmische bias. 
  • Onderwijskundig waardevol. Een tool moet effectief lesgeven ondersteunen en leren of het inlopen van achterstanden bevorderen. 

Vaardigheden van leraren

Effectief differentiëren met AI is een complexe professionele vaardigheid. Het vraagt niet alleen om het creëren van een veilig leerklimaat, een efficiënte lesorganisatie en effectieve instructie, maar ook om kennis van AI en vaardigheden om het verantwoord te gebruiken. Daarnaast vraagt het veel van de pedagogische en didactische vaardigheden van leraren. Zij moeten kritisch kunnen beoordelen of AI-gegenereerd lesmateriaal daadwerkelijk past bij bijvoorbeeld het niveau van leerlingen, de klasdynamiek en de onderwijsvisie van de school.

Tegelijkertijd vraagt dit om een bewuste en weloverwogen inzet van generatieve AI. Leun je te veel op AI-gegenereerd materiaal? Dan bestaat de kans dat je je ontwerpend vermogen minder ontwikkelt en daardoor minder goed kunt beoordelen of het materiaal pedagogisch en didactisch passend is. Met als gevolg dat het leermateriaal niet goed aansluit bij de behoeften van de leerlingen uit de klas.

Kwaliteitstoetsing leermateriaal

Om te kunnen beoordelen of de output die je genereert met AI van voldoende kwaliteit is, moet je beschikken over de middelen om die kwaliteit te toetsen. Je kunt hiervoor eigen kwaliteitscriteria opstellen, bijvoorbeeld vanuit je leermiddelenbeleid. Je kunt ook gebruikmaken van een bestaand kwaliteitskader, zoals MILK-light van het Centrum voor Leermiddelenadvies of van Impuls Open Leermateriaal. In opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) werken het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (NKO) en Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) aan een nieuw kwaliteitskader voor leermiddelen. Zorg er vervolgens voor dat je kwaliteitscriteria toepast in je prompts.  

Tips en adviezen

Klaar om te gaan differentiëren met behulp van AI? Houd dan rekening met onderstaande tips en adviezen. 

  • Doe een pilot. Bespaart differentiëren met AI daadwerkelijk tijd? Er zijn inmiddels een aantal onderzoeken beschikbaar die aantonen dat het inderdaad werk scheelt. Zo liet een onderzoek van de Education Endowment Foundation (EEF) op Engelse middelbare scholen zien dat leraren die ChatGPT gebruikten tot 31% minder tijd kwijt waren aan lesvoorbereiding en het ontwikkelen van leermiddelen. Daar staat wel tegenover dat kwaliteit van de output sterk afhankelijk is van zowel de kwaliteit van de prompt als van de professionele beoordeling en bewerking door de leraar. Dat laatste wordt ook benadrukt in een studie uit 2025 op acht Zweedse en Australische scholen. De onderzoekers wijzen erop dat het aanpassen en controleren van kwalitatief minder goede output aanzienlijk veel tijd kan kosten, waardoor er weinig tijdswinst over blijft.  
    Wil je vanuit efficiëntieoverwegingen leermiddelen ontwikkelen of verrijken met generatieve AI? Doe dan eerst een pilot om te onderzoeken of het echt de gewenste tijdswinst oplevert.
  • Pak het schoolbreed aan. Differentiëren met AI is het meest effectief als je het schoolbreed benadert. Maak daarom met elkaar duidelijke afspraken over het wat, waarom en waartoe van differentiatie, afgestemd op jullie leerlingpopulatie en onderwijsdoelen. Leg ook vast hoe en wanneer je generatieve AI daarbij gebruikt en zorg dat iedereen weet welke tools wel en niet gebruikt mogen worden.
  • Verschuiving van regie. Tools als AI-tutoren bieden kansen voor extra ondersteuning van leerlingen. Wees je er desondanks van bewust dat het gebruik ervan ook kan leiden tot een verschuiving van regie van leraar naar AI-systeem die hiermee gepaard kan gaan. 
  • Houd rekening met wet- en regelgeving. Zorg ervoor dat de tools die je inzet voldoen aan geldende wet- en regelgeving. Hou daarbij in elk geval rekening met de eisen die gelden vanuit het Normenkader IBP voor het onderwijs en de AI-verordening van de EU.

Verder lezen

De onderwerpen waarover wij publiceren