- Uitleg
- |
- Informatiebeveiliging en privacy
- |
- po
- vo
Van bewustzijn naar gedrag: zo neem je mensen mee in het Normenkader IBP
Bijna iedereen begrijpt dat een digitaal veilige schoolomgeving belangrijk is, maar het echt en structureel inrichten van processen kost tijd, aandacht en energie. Gedragswetenschapper Timon Hoitink focuste tijdens OnderwijsInzicht 2026 precies op dat spanningsveld tussen weten en doen. Zijn boodschap is duidelijk: als je digitale veiligheid wilt verbeteren, moet je niet alleen inzetten op bewustzijn, maar vooral op gedrag.
Door de redactie
In dit artikel gebruiken we Hoitinks gedragskundige kijk als basis voor het Groeipad van het Normenkader Informatiebeveiliging en Privacy (IBP). Waarom is dit Groeipad zo’n krachtig instrument? En vooral: hoe zet je de mensen in jouw schoolorganisatie echt aan tot actie?
Waarom bewustzijn alleen niet genoeg is
Veel normen in het Normenkader IBP zijn vooral rationeel. We leggen uit wat digitaal veilig onderwijs nodig heeft, tonen de risico’s van datalekken en benadrukken de mogelijke gevolgen. Dit is wat Hoitink “het verstandige” noemt: mensen wéten dat ze iets zouden moeten doen. Maar weten is heel iets anders dan wíllen of dóen.
Als digitale veiligheid vooral gepresenteerd wordt als complex, verplicht en extra werk, zorgt dat voor frustratie. Frustratie leidt zelden tot duurzaam gedrag en vaak tot uitstel of minimale compliance. Gedragsverandering ontstaat pas wanneer mensen voelen dat gewenst gedrag niet alleen verstandig is, maar ook fijn, namelijk overzichtelijk, haalbaar en ondersteunend aan hun belangrijkste taak: goed onderwijs organiseren.
Het Groeipad van het Normenkader IBP speelt hier perfect op in. Het vertaalt abstracte normen naar concrete, afgebakende deelprojecten. Geen alles-of-niets benadering, maar een gestructureerde route met logische stappen.
Een completer mensbeeld
Hoitink pleit voor een completer mensbeeld. Niet alleen kennis en houding bepalen gedrag, maar ook evolutionaire mechanismen zoals het vermijden van pijn en het opzoeken van gemak en zekerheid. IBP moet dagelijks concurreren met andere prioriteiten: onderwijsontwikkeling, lerarentekorten, oudercommunicatie.
Daarom is de vraag niet: begrijpen schoolbestuurders het belang van IBP? Die vraag is meestal al beantwoord. De relevante vraag is: maakt de context het makkelijk om het juiste te doen?
De ACDR-lenzen toegepast op het Groeipad
Hoitink introduceert vier lenzen om gedragsverandering te analyseren: architecture, competence, drivers en resistance. Het Groeipad raakt ze allemaal.
1. Architecture: de omgeving stuurt gedrag
Gedrag wordt sterk beïnvloed door hoe de omgeving is ingericht. Procedures en standaardkeuzes maken het verschil. Het Groeipad biedt precies deze architectuur: het ordent de vele IBP-maatregelen in een logische volgorde en maakt duidelijk wat eerst komt en wat later.
Door te werken met fasen en deelprojecten ontstaat er rust en focus. Niet alles tegelijk, maar duidelijke prioriteiten. Dit verlaagt de cognitieve belasting en vergroot de kans dat teams daadwerkelijk aan de slag gaan.
2. Competence: van weten naar kunnen
Een belangrijke gedragsbarrière is een gebrek aan zelfvertrouwen: het gevoel dat je iets goed kunt uitvoeren. IBP wordt al snel gezien als specialistisch of juridisch ingewikkeld.
Het Groeipad doorbreekt dit door elk deelproject te koppelen aan concrete activiteiten, rollen en resultaten. Dit vergroot niet alleen kennis en kunde, maar ook het gevoel: dit kunnen wij als organisatie. Juist dat vertrouwen is cruciaal om beweging te creëren.
3. Drivers: aansluiten bij waarden
Mensen veranderen sneller als een onderwerp aansluit bij hun intrinsieke waarden. Voor scholen zijn dit bijvoorbeeld zorg voor leerlingen, professionaliteit, betrouwbaarheid en continuïteit.
Het Normenkader IBP positioneert privacy en informatiebeveiliging niet als een ICT-vraagstuk, maar als onderdeel van goed bestuur en kwaliteitszorg. Door deelprojecten te koppelen aan transparantie richting ouders, zorgvuldige omgang met leerlinggegevens en professionele processen, raakt IBP aan die diepere drijfveren.
Daarnaast geeft werken met het Groeipad je de mogelijkheid om andere deelprojecten naar voren te halen, die randvoorwaardelijk zijn. Zo kun je bijvoorbeeld eerst een project kiezen dat past bij een actueel vraagstuk rond de waarden van jouw organisatie.
4. Resistance: begrijp weerstand, werk ermee
Weerstand is geen onwil, maar vaak een signaal van energiegebrek, onzekerheid of behoefte aan autonomie. Door klein te beginnen en scholen zelf regie te geven over tempo en prioritering, loop je minder risico dat mensen in de weerstand schieten, en bestaat de kans dat mensen zelfs eigenaarschap gaan ervaren. Het Groeipad is zo ingedeeld dat klein beginnen en regie houden mogelijk zijn.
Kleine stappen, grote beweging
Een van de belangrijkste inzichten uit Hoitinks verhaal is het belang van kleine stappen. Grote ambities zonder concrete eerste actie blijven vaak abstract. Het Groeipad vertaalt ambitie naar uitvoerbare stappen per fase.
Door een enkel deelproject op te pakken, zoals het verantwoord uitwisselen van persoonsgegevens of het structureel afhandelen van inzageverzoeken, ontstaat momentum. Succeservaringen versterken motivatie en maken de volgende stap logisch in plaats van zwaar.
Tip!
Door IBP op te nemen in jaarplannen, audits of interne evaluaties wordt het onderdeel van de reguliere besturing. Niet als los project, maar als een vast onderdeel van hoe de organisatie werkt.
Wat zet schoolorganisaties écht aan tot actie?
De combinatie van gedragsinzicht en structuur maakt het verschil. Mensen komen in beweging wanneer:
- de opgave overzichtelijk wordt gemaakt;
- duidelijk is wat een logische eerste stap is;
- het aansluit bij hun waarden en verantwoordelijkheden;
- het vertrouwen groeit dat men het kan en wanneer succes zichtbaar en herhaalbaar is.
Wat betekent dit voor de schoolbestuurder?
Voor schoolbestuurders ligt de sleutel in het creëren van de voorwaarden waaronder gewenst gedrag kan ontstaan. Dit begint met het erkennen dat digitale veiligheid geen ICT-project is, maar een organisatievraagstuk.
Concreet betekent dit dat een schoolbestuurder:
- Richting geeft door het Normenkader IBP en het Groeipad expliciet te positioneren als ontwikkelrichting van de organisatie, gekoppeld aan goed bestuur en onderwijskwaliteit.
- Prioriteert door samen met ICT-verantwoordelijken en schoolleiding te bepalen welk deelproject als eerste wordt opgepakt, en wat bewust nog niet hoeft. Focus creëert beweging.
- Ruimte organiseert: tijd, mandaat en capaciteit zijn randvoorwaarden voor gedragsverandering. Zonder deze ruimte blijft IBP een papieren werkelijkheid.
- Eigenaarschap belegt door rollen en verantwoordelijkheden duidelijk te maken, zonder alles te centraliseren. Mensen moeten voelen dat het van hen is, niet alleen van ‘beleid’ of ‘ICT’.
- Voorbeeldgedrag toont door zelf consequent te handelen volgens afgesproken privacy- en beveiligingsprincipes. Gedrag boven woorden.
Door deze bestuurlijke rol serieus te nemen, verschuift IBP van ‘iets wat moet’ naar ‘iets wat zo hoort’. Daarmee maakt de schoolbestuurder het voor professionals mogelijk om niet alleen het juiste te weten, maar het ook daadwerkelijk te doen.
In het kort
Digitale veiligheid vraagt niet om meer bewustwording, maar om slimmer ingerichte verandering. Door gedrag centraal te stellen en gebruik te maken van structuur, kleine stappen en intrinsieke motivatie ontstaat duurzame vooruitgang.
Het Groeipad IBP is daarmee geen checklist, maar een gedragsinstrument. Waarbij gezegd moet worden dat werken met het Groeipad natuurlijk ook om gedragsverandering vraagt. Als je het inzet met oog voor menselijk gedrag, zet je niet alleen stappen richting compliance, maar bouw je aan vertrouwen, professionaliteit en digitaal veilig onderwijs.
Digitale Veiligheid: van bewustzijn naar gedrag
pdf | 4.94 MB
Tijdens OnderwijsInzicht 2026 gaf drs. Timon Hoitink de presentatie Digitale Veiligheid: van bewustzijn naar gedrag. Je kunt hier zijn presentatie downloaden