‘Basisscholen gaan lerarentekort creatief te lijf aan begin schooljaar’, kopte de NOS in augustus 2022. Zo kreeg de Haagse basisschool De Kameleon de formatie niet rond; twee vacatures voor groepsleerkracht bleven onvervuld. Maarten van Gelderen is programmaleider Digitale Technologie bij De Haagse Scholen en was in 2022 interim-directeur op De Kameleon. Nog meer ondersteunend personeel voor de klas zetten, was voor hem geen optie: “Veel scholen kiezen daar uit nood voor, ondanks dat deze medewerkers niet bevoegd zijn om les te geven.”

Eén dag per week online les via Teams

Kunnen we het onderwijskundig concept zo organiseren dat we als school het lerarentekort voor langere tijd goed kunnen opvangen? Dat was de vraag die de scholenstichting zich in 2022 stelde. Er werd een netwerk rond De Kameleon gevormd met externe ondersteuning en een expertiseteam met ict-contactpersonen van andere scholen binnen de stichting. Hieruit ontstond het Digitale Klaslokaal. Op De Kameleon werd een vorm van hybride onderwijs ingezet om de bovenbouw één dag in de week online les te geven door een bevoegde leerkracht. Microsoft Teams werd op maat ingericht met online lesmethoden voor de verschillende groepen.

Zachte landing

Het was een uit nood geboren oplossing, erkent Van Gelderen. En dat is niet hoe hij ict graag inzet in het onderwijs: “Er zijn scholen binnen onze stichting met soms dertig tot veertig procent lerarentekort. Alle energie gaat dan op aan het hier en nu. Als ik dan uitleg dat we het Digitale Klaslokaal willen ontwikkelen om in geval van nood een zachte landing te kunnen maken, dan krijg ik daarvoor niet snel de handen op elkaar. Daarom benaderen we het vanuit de inhoud: hoe kan ict ertoe bijdragen dat leerlingen beter leren, dat de digitale geletterdheid toeneemt? Of dat de leerkracht de prestaties van leerlingen beter kan volgen of minder hoeft voor te bereiden? We stemmen onze ondersteuning af op de behoeften die in school leven.”

Monique van Spronsen, leerkracht van OBS Erasmus © OBS Erasmus

OBS Erasmus: digitale rekenmethode

Inmiddels werken vier scholen mee aan het Digitale Klaslokaal. Iedere deelnemende school heeft zo haar eigen beweegredenen om aan te haken. Zo digitaliseert het team van OBS Erasmus de rekenmethode vanaf groep 3. Drijvende kracht hierachter is Monique van Spronsen, leerkracht van groep 3 op deze buurtschool in de Haagse wijk Escamp. Minder werkdruk voor de leerkracht is volgens haar de belangrijkste reden: “Het scheelt mij veel tijd: waar ik vroeger 25 schriftjes moest doorspitten, hoef ik nu alleen maar de analyses uit te lezen.

Dat kan ik al tijdens de lessen doen. Zie ik bijvoorbeeld dat een leerling twee fouten achter elkaar maakt, dan kan ik hem of haar meteen extra uitleg geven. Op de oude manier ging dat niet; dan moest ik toch eerst alle schriftjes innemen en nakijken.”

“Leerkracht bepaalt, niet de laptop”

Je moet wel goed weten waaróm je een methode digitaliseert, benadrukt Monique: “Ik zie wel het gevaar dat collega’s denken: dit is lekker makkelijk. Het is natuurlijk niet een kwestie van laptop openklappen en het maar uitzoeken. De leerkracht bepaalt, niet de laptop. Ik geef eerst les en de leerling doet alleen de verwerking digitaal. Het is handig dat het programma zegt dat iets fout is, maar ik kijk wát de leerling precies fout doet: is het een typfoutje of zit er een denkfout achter? Verder leer ik mijn kinderen dat ze fouten mogen maken en dat ze naar mij toekomen als ze een som twee keer fout hebben gemaakt. Aan de resultaten van mijn klas zie ik dat die aanpak goed werkt.”

Soms is digitalisering niet de beste oplossing. Monique: “We weten dat leerlingen beter leren spellen als ze woordjes met de pen uitschrijven. Dat kun je niet goed digitaal aanleren. De spellingtoets, een draak om na te kijken, kun je dan weer wél digitaal afnemen.”

Samen met een collega heeft Monique zich grondig verdiept in de digitale rekenmethode. “We leggen nu heel veel dingen uit in ons team en collega’s worden daar heel enthousiast van. Datzelfde doen we in het expertteam met collega’s van andere scholen. In die community plaatsen we bijvoorbeeld ook uitlegfimpjes online. Hebben collega’s daar vragen over, dan kunnen ze mij bellen voor verdere uitleg.”

Digitaal vaardig aan het eind van de basisschool

Ondertussen wordt het Digitale Klaslokaal van haar groep stap voor stap verder ingericht: “Alle kinderen hebben nu Teams op hun laptop. Ze mogen met elkaar chatten, binnen bepaalde afspraken. Dus wat je normaal niet tegen elkaar zegt, zeg je ook niet digitaal tegen elkaar. En na zeven uur ‘s avonds stuur je geen berichtjes meer. Zo probeer ik ze al een beetje mediawijs te maken. Verder zet ik er de ‘veilig en vlot’-woordjes op die ze moeten leren en de sinterklaasliedjes die we samen zingen.”

“Teams als stimulans om thuis te oefenen”

Op haar vorige school lazen haar leerlingen als huiswerk rijtjes woorden voor en namen dat op: “Als juf zeg ik altijd tegen mijn leerlingen dat ze elke avond tien minuten moeten lezen. Ze vinden het heel gaaf om dat voor de juf in hun vrije tijd te doen en het via Teams op te nemen. Het is echt een stimulans om dat ook echt thuis te oefenen.”

Ze vindt dat iedere leerling aan het eind van de basisschool digitaal vaardig moet zijn: “Onze leerlingen komen straks in een maatschappij die nog meer gedigitaliseerd zal zijn dan die nu al is. Vaak wordt gezegd dat kinderen alles kunnen met hun telefoon en laptop. Maar ik zie juist dat ze minder handig zijn dan wordt gedacht. Een mailtje sturen lukt nog wel, maar we hebben ze bijvoorbeeld niet geleerd een Word-bestand als bijlage mee te sturen. En ze kennen de gevaren van de digitale wereld niet. Voor pubers is het tegenwoordig hip om je op het dark web te begeven. Laten we kinderen alsjeblieft ook leren wat de gevaren van internet zijn. Net als dat ik vroeger leerde dat je niet met iemand moet meelopen die zegt een puppy of een snoepje te hebben.”

Enthousiasme nodig

Maarten van Gelderen, programmaleider Digitale Technologie bij De Haagse Scholen

Net als Monique twijfelt ook Maarten er niet aan dat het basisonderwijs aan de slag móet met digitalisering om klaar te zijn voor de toekomst. Oók om nieuwe organisatievormen te vinden: Maarten: “Het is een simpel rekensommetje. Zoek in de gemeentelijke basisadministratie op hoeveel kinderen de komende jaren instromen op onze scholen. Kijk tegelijkertijd hoeveel leerkrachten de komende jaren uitstromen en hoeveel Pabo-studenten de komende jaren instromen. De tijden dat er één juf of meester voor een groep van twintig kinderen staat, is echt voorbij. Getalsmatig red je dat gewoon niet meer. Een andere organisatie van het onderwijs staat dan ook hoog op de agenda. Ik sta scholen graag bij om na te denken over de rol van ict daarbij. Dat vraagt wat lenigheid, want ik weet hoe moeilijk scholen het hebben in het hier en nu en ik heb hun enthousiasme nodig. Ik probeer me goed in te leven in de school en te ontdekken waar leerkrachten enthousiast van worden. Om vervolgens samen te kijken waar kansen voor ict liggen en hoe wij daar met ons netwerk bij kunnen helpen.”

Deel deze pagina: Inhoud is leidend bij inrichting digitaal klaslokaal

Delen
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • E-mail