Opstaan voor een sterk mbo is hard nodig. Sommige mbo-studenten voelen zich tweederangsburgers, zo was te horen in een interview met een van hen in het actualiteitenprogramma Buitenhof. Daarom moeten we af van het idee dat het altijd beter is te streven naar een ‘hogere’ opleiding. Want op de arbeidsmarkt is juist heel veel behoefte aan mbo-afgestudeerden.

Niet voor niks pleitte Robbert Dijkgraaf in datzelfde tv-programma onlangs voor een gelijkwaardige benadering van mbo-studenten (geen leerlingen!) en studenten aan het hbo en de universiteit. Dit uit zich in het uitbreiden van internationale stagemogelijkheden, mbo’ers die uitblinken in vakwedstrijden, een introductieweek voor mbo’ers en studentenverenigingen waar mbo’ers ook welkom zijn. Een inclusieve studententijd draagt immers bij aan een inclusieve samenleving.

Theoretische en praktische opleidingen

Net als Dijkgraaf wil ik afstappen van het hiërarchische denken over middelbare en hogere opleidingen. De minister van Onderwijs en Wetenschap ziet een waaier aan theoretische en praktische opleidingen voor zich die gelijkelijk gewaardeerd worden. Daar sluit ik me van harte bij aan. Het past bij de ambitie om het onderwijs te organiseren rond een leven lang leren, waarin studenten sommige vakken op mbo-niveau en andere vakken op hbo-niveau volgen – al naargelang wat de arbeidsmarkt vraagt. Verder zouden we meer met digitale modules moeten werken, waarmee we studenten het broodnodige maatwerk kunnen bieden. Het leren werken met digitale modules start al in het funderend onderwijs, de tak waar Kennisnet actief is.

student in werkplaats met tablet
© ISTOCK

Niemand valt tussen wal en schip

Naast de ontwikkelingen op het gebied van onderwijs verandert de organisatie ook mee. Het mbo had lange tijd nauwere banden met het voortgezet onderwijs, maar werkt nu ook steeds meer samen met het hbo. Er wordt gezocht naar faciliteiten die passen bij het beroepsonderwijs. Zo werkt het mbo wat betreft ict-organisatie steeds meer samen met SURF. Op dit moment is ruim 85 procent van de mbo-instellingen lid van SURF. Deze beweging juicht Kennisnet toe.

Dit betekent niet dat wij geen ondersteuning meer bieden aan het mbo. Integendeel, we blijven elkaar vasthouden en willen voorkomen dat mbo-instellingen tussen de wal en het schip vallen. Mbo’s die gebruik willen blijven maken van de ict-ondersteuning die we aan het funderend onderwijs bieden, kunnen daar altijd met ons over in gesprek. Voor digitaal veilig werken bijvoorbeeld zal het mbo de meeste diensten afnemen bij MBO Digitaal en SURF, maar blijft er zeker ook ruimte voor dienstverlening die meer in lijn ligt met wat Kennisnet voor het funderend onderwijs doet met het plan Veilig Digitaal funderend Onderwijs.

Onze inzet op leermiddeleninfrastructuur blijft

In het belang van doorlopende leerlijnen van voortgezet onderwijs naar het mbo blijft onze nauwe samenwerking op gebied van leermiddelen, ethiek (publieke waarden), standaarden en enkele voorzieningen en innovatie bestaan. De MBO Raad blijft daarmee net als de PO-Raad en de VO-raad een belangrijke stakeholder voor Kennisnet en is dus ook vertegenwoordigd in onze raad van toezicht. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat we in de dit jaar toegekende Groeifonds-aanvraag Impuls open leermateriaal duidelijke dwarsverbanden leggen met het gehonoreerde Groeifondsvoorstel Digitaliseringsimpuls Onderwijs, dat het mbo samen met het ho indiende. Hiermee creëren we een aanbod dat op elkaar aansluit en blijft de kennis- en leermiddeleninfrastructuur gewaarborgd. Kennisnet, MBO Digitaal en SURF werken daar in partnerschap aan. Dit past mijns inziens naadloos in het plaatje van die waaier van modules waar Dijkgraaf over sprak.

Bestuurders omarmen digitalisering nu als volwaardig onderdeel van alle inspanningen op het gebied van onderwijskwaliteit

Bij de momenteel actuele en onderwijsbrede thema’s digitale geletterdheid, burgerschap en ethiek, blijft het mbo gebruikmaken van het portfolio van Kennisnet. Dat geldt ook voor Kennisnet-voorzieningen als de Entree Federatie, Wikiwijs/leermiddelensuite en Koppelpunt catalogusinformatie.

Nieuwe digitaliseringsfase

Het mbo is de afgelopen jaren steeds verder geprofessionaliseerd. Eerst was er het samenwerkingsverband saMBO-ICT. Het programma Doorpakken op digitalisering heeft de ontwikkelingen die daaruit zijn voortgekomen versneld en een grote impuls gegeven aan de digitalisering in het mbo. Daar ben ik enorm blij mee. Dat MBO Digitaal nu deel uitmaakt van de MBO Raad is de kers op de taart. Bestuurders omarmen digitalisering nu als volwaardig onderdeel van alle inspanningen op het gebied van onderwijskwaliteit. Daarmee gaan we een nieuwe, meer volwassen fase op het gebied van digitalisering in.

Met oud-bestuurslid van de MBO Raad en oud-voorzitter van het college van bestuur van mbo RijnIJssel, Ben Geerdink, heb ik helaas maar kort mogen samenwerken door zijn overlijden in september 2022. Met dezelfde energie die hij aan de dag legde als grondlegger van Doorpakken op digitalisering, gaat Kennisnet samen met MBO Digitaal en SURF deze nieuwe fase met het mbo in.

Deel deze pagina: Digitalisering in mbo gaat nieuwe fase in

Delen
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • E-mail