De uitkomsten van het onderzoek – te vinden onderaan deze pagina – laten zien dat docenten in de periode medio maart tot de zomervakantie van 2020 vooral hebben ingezet op het presenteren van de leerstof, uitleg geven en leerlingen laten oefenen.

Huidige en toekomstige uitvoering van het onderwijs volgens docenten

Uit het onderzoek, uitgevoerd door KBA Nijmegen in opdracht van Kennisnet, blijkt dat docenten het minst hebben gewerkt met activerend en samenwerkend leren, waarbij ze bijvoorbeeld leerlingen laten samenwerken, elkaar feedback laten geven of leerlingen zelf leerinhoud laten kiezen die past bij de leerdoelen. Wat hierbij wel opvalt is dat de docenten verwachten dat ze in de toekomst juist meer activerend en samenwerkend leren gaan inzetten.

Weergave van tabel
Vier typen onderwijsactiviteiten, zoals aangegeven door de docenten, in de periode medio maart tot zomervakantie 2020 en de verwachtingen voor de toekomst (gemiddelden).

Als we daarbij kijken naar de specifieke activiteiten die docenten in de toekomst meer verwachten te gaan doen, dan zijn dit:

Activiteiten waarvan docenten verwachten dat zij die minder gaan doen:

Gebruik leermateriaal

Welk leermateriaal hebben docenten in deze periode voornamelijk ingezet? Het onderzoek laat zien dat docenten vooral gebruikmaakten van materiaal van uitgevers of digitaal materiaal wat zij zelf, door collega’s is ontwikkeld.

Ook gaf ongeveer de helft van de docenten aan dat er relatief veel gebruik is gemaakt van tools om de voortgang van leerlingen te monitoren of om digitaal feedback te geven op ingeleverde opdrachten. Maar een vijfde van de docenten gaf aan gebruik te maken van tools om leerlingen onderling feedback te laten geven of zette educatieve games in. 

leerling krijgt uitleg van docent
Leerling krijgt feedback van een docent.

Meeste tijd besteed aan gebruik van ict en verantwoording

Aan docenten is ook gevraagd waar zij meer of minder tijd aan kwijt waren tijdens de periode maart-zomervakantie 2020 ten opzichte van de periode daarvoor. 

De docent is meer tijd kwijt aan:

De docent is minder tijd kwijt aan:

Bijna de helft van de leerlingen gaf aan via een normaal lesrooster les te hebben gevolgd. Ongeveer een derde van de leerlingen geeft aan net zo lang les te hebben gehad als tijdens een normaal schoolrooster. Dit betekent dat het merendeel van de leerlingen een aangepast rooster heeft gevolgd.

Ict deels op orde 

Uit de monitor blijkt dat het bij overgrote deel de ict-infrastructuur thuis en op school goed werkte. Toch waren er nog steeds docenten en leerlingen waarbij de omstandigheden voor onderwijs op afstand niet goed waren, zoals:

Over de visie op ict wordt aangegeven door de schoolleiders en ict-coördinatoren dat ongeveer één vijfde niet of enigszins werkt vanuit een duidelijke visie op de inzet van ict in het onderwijs. Ook één derde van de docenten geeft aan niet of enigszins te werken volgens een visie op ict van school of bestuur.

Ondersteuning school belangrijk voor ouders 

Uit de analyses van de monitor komt naar voren dat ouders positiever waren over de opbrengst van het onderwijs wanneer ouders vonden dat:

Ongeveer een kwart van de ouders was niet tevreden met de ondersteuning die de school bood en vond dat het onderwijsaanbod onvoldoende was afgestemd op tempo en niveau van het kind. Daarnaast benoemde één op de zeven ouders dat hun kind onvoldoende zelfstandig kon werken. 

Een relatief groot deel van de ouders gaf aan onvoldoende zicht hebben op het schoolwerk van hun kind. Daarnaast gaf iets minder dan de helft van de ouders aan onvoldoende contact te hebben gehad met de mentor. 

Ict-vaardigheden van de docenten van invloed 

De monitor laat zien dat een derde van de docenten vindt dat hun onderwijs minder efficiënt verliep. De groep docenten die relatief weinig gevarieerd onderwijs aanbood, waren negatiever over de ervaren opbrengsten zoals de efficiëntie van het onderwijs dan de groep die een divers aanbod aan didactische activiteiten had. Daarbij zien we een verschil waarin docenten zichzelf ict-vaardig vonden.

Docenten die meer en diverse onderwijsactiviteiten uitvoerden, vonden dat zij zelf ict-vaardig waren, in tegenstelling tot docenten die aangaven minder activiteiten uit te voeren. Ook schoolleiders en ict-coördinatoren is gevraagd naar de vaardigheden van hun team in het gebruik van ict. Zij scoorden over het algemeen positiever dan de docenten zelf.

Tot slot blijkt dat docenten die verschillende digitale leermiddelen gebruikten, zoals het gebruik van oefensoftware, over het algemeen positiever waren over de opbrengsten van het geven van onderwijs op afstand. 

Maatwerk is nodig 

De docenten is bovendien gevraagd of het niet naar school kunnen gaan een positieve of negatieve uitwerking heeft gehad op het welbevinden, de motivatie en de leerprestaties van de leerlingen. De uitkomsten hiervan zijn zeer divers. Zo zien de meeste docenten bij een derde of meer van de leerlingen een negatieve invloed op de leerprestaties, motivatie en welbevinden, en bij een derde van de leerlingen een positieve invloed op deze drie gebieden. Dit betekent dat volgens docenten het effect van het afstandsonderwijs niet voor alle leerlingen hetzelfde is. 

Motivatie leerlingen meest verklaard door actieve les en ondersteuning ouders 

Uit de analyses van de monitor komt naar voren dat leerlingen beter gemotiveerd zijn om thuis aan het schoolwerk te werken wanneer leerlingen vinden dat: 

Online lessen

Over de online lessen geeft twee derde van de leerlingen aan dat zij naar eigen zeggen actief meedoen tijdens de les. Dat betekent dat één derde dit naar eigen zeggen niet doet. Bovendien vindt de helft van de leerlingen dat de docenten vaak of altijd goede uitleg geven tijdens de online lessen. Dit betekent dat de andere helft dit niet vindt. 

Een op de vijf leerlingen geeft aan thuis meer te leren dan op school en meer dan de helft benoemt dat zij thuis beter zelfstandig kunnen werken. Bijna de helft van de leerlingen geeft bovendien aan activiteiten voor school liever thuis te blijven doen, ook als de school elke dag open is. Dit gaat vooral over zelfstandige taken, zoals oefeningen of toetsen maken op de computer.

Ook uit de andere resultaten van de monitor komt naar voren dat er verschil is in kwaliteit van het geboden onderwijs en de ervaring van leerlingen. Een belangrijke conclusie is dat interactie tijdens de online les, uitleg over de leerstof die aansluit bij behoeften van de leerling en de mate van zelfstandigheid van de leerling van invloed zijn op een positieve ervaring met afstandsonderwijs. Maar dan nog hoeft dit niet voor alle leerlingen op dezelfde wijze te gelden. Om echt effectief afstandsonderwijs te bieden, zal onderwijs op maat geboden moeten worden.

Meer weten?

De informatie uit de Monitor is door Kennisnet toegelicht in een webinar. Deze webinar is opgenomen en terug te vinden op lesopafstand.nl. Andere praktische informatie over afstandsonderwijs en hybride onderwijs is ook te vinden op lesopafstand.nl. 

Voor de deelnemers van de Monitor hybride onderwijs in het vo is een gespreksstarter ontwikkeld. Deze vragenset helpt ook u en uw schoolteam om de Monitor te duiden en toe te passen op de eigen schoolsituatie. Deze kunt u downloaden onderaan deze webpagina.

Voor het primair onderwijs is een tussentijdse rapportage beschikbaar. Binnenkort vindt u op kennisnet.nl en samenslimmerpo.nl ook een landelijke rapportage voor het primair onderwijs: de ‘Monitor hybride onderwijs po’.

Downloads

Deel deze pagina: Monitor hybride onderwijs vo: hogere motivatie leerlingen bij actieve online les

Delen
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • E-mail