Interview door Marijke Nijboer, verschenen in het decembernummer van VO-Magazine.

We denken vaak dat de digitale wereld op zichzelf staat, zegt Ellen Helsper, maar dit universum van bits en bytes ligt direct in het verlengde van ons analoge bestaan. Wie zich in de gewone wereld minder goed redt, heeft die problemen ook online.

Vaardigheid van jongeren valt tegen

Helsper is hoogleraar Digital inequalities aan de London School of Economics and Polical Science en doet onderzoek naar het verband tussen sociale en digitale ongelijkheid. “We denken dat jongeren technisch vaardig zijn. Je ziet ze de hele tijd klikken en swipen. Maar hun vaardigheid valt tegen, vooral bij degenen met een sociaal-economische achterstand. Dat hebben we tijdens de lockdown ook gezien. Jongeren zijn vaak handig op een specifiek platform of bepaalde app. Ze weten bijvoorbeeld hoe Instagram werkt, maar kunnen dan minder goed omgaan met Facebook. Ze herkennen software niet in een andere omgeving, er is geen transfer of skills.”

Ellen Helsper: ‘Jongeren zijn vaak handig op een specifiek platform, maar ze herkennen software niet in een andere omgeving, er is geen transfer of skills.’

Nepnieuws herkennen

Opmerkelijk genoeg ligt het anders bij de tweede categorie digitale vaardigheden die Helsper onderscheidt: de sociaal-kritische vaardigheden. Daarin gaat het om begrijpen waarom inhoud op een bepaalde manier wordt gepresenteerd en zien hoe mensen met elkaar omgaan in een digitale ruimte. “Groepen waarover historisch gezien wordt gedacht dat zij niet zo goed kunnen leren, zijn juist vaak beter in de sociaal-kritische vaardigheden. Meisjes en vrouwen uit etnische minderheden halen hierbij het hoogste niveau.” Hoe dat komt? “Zij worden vaak geconfronteerd met onjuiste informatie over henzelf en ervaren dagelijks discriminatie. Zij hebben geleerd om dat te herkennen en ermee om te gaan.”

Daarom scoren Nederlanders waarschijnlijk ook laag in internationaal onderzoek naar informatie-kritische vaardigheden. “Nederlanders hebben meer vertrouwen in instellingen en media en zijn minder getraind om nepnieuws te herkennen. Mensen uit Zuid- en Oost-Europese landen en landen als Brazilië scoren veel beter. Daar is historisch gezien veel minder vertrouwen in nieuws en nieuwsbronnen; mensen hebben daar een sensor voor ontwikkeld.”

Jong beginnen

Scholen moeten zeker met de ongelijkheid in digitale vaardigheden aan de slag, vindt Helsper. Het bijspijkeren zou eigenlijk al op de basisschool moeten beginnen, want op de kleuterleeftijd is er al veel ongelijkheid. “De basisschool zou een lesprogramma moeten hebben waarmee iedereen op hetzelfde niveau wordt gebracht. In Youth Skills, een Europees project waaraan ik meewerk, ontwerpen we tests en meetinstrumenten die scholen kunnen gebruiken.”

Jongeren met achterstand zijn ook digitaal minder vaardig

Vo-scholen doen er goed aan leerlingen met een digitale achterstand niet uit de klas halen. “Houd rekening met hen in de digitale omgeving. Ook daar domineert degene die het hardste praat. Geef daarom leerlingen duidelijk het woord. Na de les kun je iemand digitaal nog even apart nemen: ‘Ik heb je niet veel gehoord, kan ik je ergens mee helpen?’”

Creatief gebruik van digitale technologie

Focus niet alleen op veiligheid en vormen van misinformatie, tipt Helsper. En ga niet aan de slag met programmeren of robots bouwen. “Als de technische vaardigheden eenmaal op orde zijn, besteed dan liever aandacht aan sociaal-kritische vaardigheden. Die helpen leerlingen om positieve resultaten te halen uit het gebruik van technologie. Geef inzicht in hoe de digitale omgeving wordt ontworpen en wat de impact hiervan is op hun dagelijks leven.” Overigens sluit de curriculumherziening Curriculum.nu hier al op aan: een van de bouwstenen van het leergebied digitale geletterdheid is ‘De werking en het (creatieve) gebruik van digitale technologie’.

Integreren in bestaande schoolvakken

Ellen Helsper: ‘Met alles wat jij digitaal doet, geef je de digitale wereld vorm voor degenen die na jou komen.’

Volgens Helsper kan digitale vaardigheid het best worden geïntegreerd in bestaande schoolvakken. “Jongeren leren beter informeel, van wat ze anderen zien doen. Alles wat je leert binnen een IT-vak, blijft daar ook. Wat je in andere verbanden oppikt, pas je breder toe. Je gaat bijvoorbeeld bij aardrijkskunde met de klas op Wikipedia informatie zoeken, en wijst erop dat deze feiten niet overeenkomen met wat je elders vond. Het gaat om het proces van het zoeken. Bij geschiedenis maak je een connectie met het onderwerp ‘propaganda’. Leraren zijn heel goed in dit soort ‘bruggetjes’.”

Herkenbaar voor ouders

Helsper zou graag zien dat ouders in deze educatie worden meegenomen. Hierbij kunnen andere partijen worden ingeschakeld. “Een externe partij zou een programma kunnen verzorgen op een ouderavond. Het zou mooi zijn als op landelijk niveau wordt nagedacht over een curriculum.”

De nadruk in dit curriculum voor ouders zou niet moeten liggen op de technologie, maar op wat daarmee wordt gedaan. “Trek parallellen naar iets wat voor ouders herkenbaar is. Vergelijk bijvoorbeeld Facebook met een park waar een kind met vrienden heen gaat, maar ook met vreemden kan praten.” Dit soort programma’s werkt het best in een vertrouwde omgeving, zegt Helsper. “Je kunt hierbij bijvoorbeeld de werkomgeving van ouders betrekken, of de sociale instelling waar ze contact mee hebben. De nieuwe vaardigheden hebben immers ook effect op hun rol als werknemer en participerende burger.”

Kritische, actieve gebruikers

Scholen kunnen digitale achterstand niet in hun eentje gelijktrekken. “De digitale wereld raakt alle onderdelen van ons leven, dus moeten allerlei partijen daar een rol in hebben”, vindt Helsper. De overheid kan hierbij een coördinerende rol spelen en sturen via subsidiebeleid. “Het gaat om de hele ecologie waarin jongeren verkeren. Ook sportclubs, jeugdwerk en kerken kunnen een rol spelen. Scholen kunnen zeggen: dit is ons onderdeel en de rest kan elders gebeuren.”
Helsper vindt het belangrijk dat jongeren kritische, actieve gebruikers van de digitale wereld worden, die nepnieuws herkennen en dingen durven uitproberen. “Powerpoint biedt bijvoorbeeld niet de optie om filmpjes te maken, maar je kunt dit wel integreren. Als je dat doet, creëer je iets nieuws. Zo gaan jij en andere mensen anders naar een thema kijken.”

Pluriforme digitale wereld

Actief gebruik is een opstapje naar het ontwerpen van nieuwe platforms. Het is volgens Helsper hard nodig dat die wereld pluriformer wordt. “Degenen die nu technologie, apps en software ontwerpen, zijn meestal goed opgeleide witte mannen van middelbare leeftijd. Technologieën nemen constant beslissingen gebaseerd op wat de ontwerpers en gebruikers hebben gedaan. Zij bepalen de kaders voor iedereen die daarna de technologie gebruikt.” Het zou mooi zijn als jongeren, maar ook de rest van de maatschappij, dat gaan inzien.

“Met alles wat jij digitaal doet, geef je de digitale wereld vorm voor degenen die na jou komen. Als jij een zoekterm invult bij een zoekmachine, klikt op bepaalde links of dingen deelt op sociale media, zien degenen die na jou komen jouw wereldbeeld. Als alle makers en gebruikers uit een bepaalde achtergrond komen, belanden ook de volgende gebruikers in dat wereldje. We moeten beseffen dat we een wereld aan het creëren zijn die is geënt op een klein deel van de bevolking, en dat die wereld mensen met een achterstand buitensluit.”

Meer lezen

Lees de publicatie ‘Gelijke kansen en digitalisering: goede toegang is niet genoeg’

Lees het originele artikel in het decembernummer van VO-Magazine

OnderwijsInzicht

Meld uzelf nu aan voor het gratis online congres OnderwijsInzicht 2021

Deel deze pagina: Digitale gelijkheid begint op school

Delen
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • E-mail