Doorgaan naar hoofdinhoud
  • Opinie
  • |
  • Beleid en organisatie
  • |
  • po
  • vo

AI in het onderwijs vraagt om regie: kabinet, pak die rol

AI dringt in hoog tempo door tot alle lagen van het funderend onderwijs: van lesvoorbereiding en toetsing tot de manier waarop leerlingen leren en denken. Leerlingen gebruiken AI om hun huiswerk te maken of uitleg te krijgen. Leraren zetten het in voor feedback, toetsing en het ontwikkelen van lesmateriaal. De drempel is laag: een gratis account is vaak genoeg. Dat maakt AI krachtig, maar ook onbeheersbaar.

Door Larissa Zegveld

08 april 2026
6 minuten lezen

Want laten we helder zijn: betere prestaties betekent niet automatisch beter leren. Als leerlingen denkwerk structureel uitbesteden aan AI, raakt dat de kern van onderwijs: kennisopbouw, kritisch denken en motivatie. Tegelijkertijd biedt AI enorme kansen om onderwijs te verrijken en leraren te ontlasten. De vraag is dus niet óf we AI gebruiken, maar hóe. En precies daar wringt het.

We lopen achter de feiten aan

Het gebruik van AI groeit sneller dan het beleid ervoor. Uit de Monitor Digitalisering Onderwijs van Kennisnet blijkt dat de helft van de scholen nog geen AI-beleid heeft. Concrete richtlijnen ontbreken vrijwel overal. Veel leraren voelen zich nog onvoldoende toegerust om AI verantwoord in te zetten.

Daar komt bij dat veel AI-toepassingen via bestaande platforms van grote technologiebedrijven het onderwijs binnenkomen. Dat vergroot de afhankelijkheid van een handvol leveranciers. Publieke waarden zoals autonomie, privacy en keuzevrijheid staan daardoor onder druk. Ook de bescherming van data blijft een punt van zorg zolang aanbieders onder buitenlandse wetgeving vallen.

Als we niets doen, ontstaat er een onderwijspraktijk die wordt gestuurd door technologie in plaats van andersom.

Regie is geen luxe, maar noodzaak

Daarom is het belangrijk dat het kabinet-Jetten duidelijke keuzes maakt. Niet door het gebruik van AI te beperken, maar door het onderwijs in staat te stellen de technologie verantwoord en vanuit publieke waarden in te zetten. Dat begint bij duidelijkheid en regie.  

“Het gebruik van AI moet de veiligheid en privacy van kinderen, jongeren en onderwijspersoneel waarborgen, met prioriteit voor kinderrechten, het professionele oordeel van leraren, ethische normen en gegevensbescherming.”

Dit is het eerste kernprincipe van de richtlijnen en kaders voor het gebruik van AI op school, die twee weken geleden door de Schotse overheid zijn uitgebracht.

Het tweede kernprincipe: “Het gebruik van AI moet gebaseerd zijn op gelijkheid en eerlijkheid.”

Het zouden wat mij betreft ook zo onderdelen van een kader van de overheid en de onderwijssector in Nederland kunnen zijn. Scholen in het po en vo zouden ermee geholpen zijn. Waarom? Ze willen duidelijkheid over wat wel en niet kan.

Maar met die duidelijkheid alleen zijn we er nog niet. Neem meer regie op de volgende drie punten:

1. Investeer in een publieke AI-voorziening

We hebben een alternatief nodig voor de huidige afhankelijkheid van commerciële AI-oplossingen. Een publieke AI-voorziening (AI-hub) voor het funderend onderwijs, zoals dat nu in het vervolgonderwijs wordt ontwikkeld, biedt daar oplossingen voor. Trek de sectoren gelijk qua investeringen. In het funderend onderwijs zijn de risico’s op het gebied van veiligheid, pedagogiek en de algemene kwaliteit van het onderwijs minstens zo groot als in het vervolgonderwijs.

Een AI-hub bepaalt welke vormen van AI-gebruik zijn toegestaan op basis van regels uit de Europese AI Act en de AVG, aangevuld met het beleid van de onderwijsinstelling. Daarnaast weegt de hub evaluaties (benchmarks) mee van AI-modellen en -toepassingen, gericht op pedagogisch-didactische kwaliteit, algemene prestaties, bias en datagebruik. De urgentie in het funderend onderwijs is groot. Scholen moeten hun, veelal minderjarige, leerlingen beschermen, omdat hun digitale vaardigheden vaak nog in ontwikkeling zijn terwijl AI zich snel ontwikkelt en risico’s lastig te beheersen zijn. Een publieke AI-hub helpt dit veilig en verantwoord te organiseren.

Verkenningen laten zien dat een dergelijke voorziening ook voor het funderend onderwijs binnen bereik ligt. Maar het vraagt wel om een gerichte investering en bestuurlijke regie.

In andere landen bestaan al initiatieven, zoals het afgelopen weekend te lezen was in het NOS-item over het gebruik van AI in het onderwijs in Estland. Helaas liet dat fragment niet het volledige plaatje zien. Daarom verwijzen we graag naar het position paper van NOLAI voor het complete beeld. Als we echt iets aan digitale onafhankelijkheid willen doen, dan is het raadzaam vooral ook andere (publieke) mogelijkheden mee te nemen in de keuze voor het Nederlandse onderwijs.

2. Versterk digitale autonomie van scholen

Scholen moeten controle houden over hun technologie, data en digitale identiteit. Dat is een voorwaarde om publieke waarden te borgen. Deze digitale autonomie staat nu onder druk.

Het onderwijs is in toenemende mate afhankelijk van een klein aantal dominante leveranciers. Dat beperkt de keuzevrijheid van scholen en maakt hen kwetsbaar. Systemen werken vaak alleen goed binnen één ecosysteem, waardoor overstappen lastig is en de regie verschuift van school naar leverancier. Ook zijn er groeiende zorgen over data en privacy. Waar staan onze gegevens? Wie heeft er toegang toe? En kunnen scholen daar zelf over beschikken?

De sector werkt aan een publieke ICT-basisinfrastructuur, met gezamenlijke afspraken en standaarden en bouwt hiermee voort op voorzieningen als de Entree Federatie. In het ‘bestemmingsplan’ hiervan is vastgelegd welke voorzieningen publiek moeten zijn en waar de markt ruimte krijgt.

Een open markt waarin innovatie mogelijk is, zonder dat scholen de regie verliezen kan alleen ontstaan onder deze voorwaarden:

  • Een blijvende investering in een robuuste publieke ICT-basisinfrastructuur zodat scholen gezamenlijk de markt kunnen sturen
  • Verplichte transparantie van datagebruik en algoritmes
  • Open standaarden en het stimuleren van alternatieven zoals open source. Dit vraagt  om sturing binnen de organisaties door bestuurders en schoolleiders, want die overstap gaat niet vanzelf. Digitalisering is daarmee chefsache en moet ook zo verankerd worden in het primair en voortgezet onderwijs.

3. Maak werk van digitaal veilig onderwijs

De implementatie van het Normenkader Informatiebeveiliging en Privacy blijft achter, zo blijkt uit de Monitor Digitalisering Onderwijs. Dat is risicovol, zeker in een tijd waarin AI steeds meer data genereert en gebruikt. Scholen willen wel, maar missen vaak middelen, kennis en capaciteit.

Er is een structurele ondersteuningsaanpak op drie niveaus nodig om digitale weerbaarheid duurzaam te verhogen:

  • Op schoolniveau: voldoende middelen om capaciteit vrij te maken en gericht te investeren.
  • Regionaal: samenwerking om kennis en expertise te bundelen.
  • Landelijk: coördinatie, standaardisatie en ondersteuning.

Dit is een gezamenlijke opgave. Als sector nemen we onze verantwoordelijkheid. We ontwikkelen afspraken, bouwen aan infrastructuur en ondersteunen scholen waar mogelijk. Maar zonder duidelijke keuzes en investeringen vanuit de overheid blijft dit versnipperd en onvoldoende schaalbaar.

Bouw een publieke ondersteuningsstructuur met onderzoekers, opleidingen en expertisecentra. Waarin we samen met de sector leren, maar ook directe onafhankelijke ondersteuning kunnen bieden én voorkomen dat AI-geletterdheid merkentraining wordt.

Wie (of wat) bepaalt de richting van ons onderwijs?

Het is duidelijk dat AI het onderwijs fundamenteel verandert. Willen we onderwijs dat wordt gestuurd door publieke waarden? Of laten we de richting bepalen door de technologie die toevallig beschikbaar is? Het kabinet staat voor die keuze.

Even geleden heb ik het vergelijk gemaakt met medicijnen die op de markt komen; daar hebben wij randvoorwaarden aan gesteld. De ontwikkeling van commerciële AI kunnen we niet tegenhouden. Dat leerlingen AI inzetten, kunnen we evenmin stoppen. Maar we kunnen leerlingen en leraren wel helpen met publieke kaders en maatregelen die zorgen voor de juiste randvoorwaarden.

Mijn oproep is helder: investeer in publieke AI, versterk digitale autonomie en geef scholen en leraren de ondersteuning die ze nodig hebben. Zo houden we AI in dienst van het onderwijs en niet andersom.

Over de auteur Larissa Zegveld

Larissa Zegveld is directeur-bestuurder van Kennisnet

De onderwerpen waarover wij publiceren