Doorgaan naar hoofdinhoud
  • Uitleg
  • |
  • Digitale geletterdheid
  • |
  • po
  • vo

Anticiperen op digitale geletterdheid in de examens

In 2025 of 2026 doet digitale geletterdheid (DG) zijn intrede bij de examens van het vo. Niet als apart vak, maar geïntegreerd in de kernvakken. Wat kunnen scholen verwachten en hoe moeten ze anticiperen op de dingen die komen gaan? Drie curriculumexperts van SLO doen voorspellingen.

Logo Kennisnet

Door de redactie

31 maart 2022
6 minuten lezen

Eind 2021 kreeg SLO opdracht om te starten met de actualisatie van de examenprogramma’s voor Nederlands, moderne vreemde talen, wiskunde, natuurwetenschappelijke vakken en maatschappijleer.

Tijdpad

Daarna ziet het tijdpad er – vermoedelijk – als volgt uit:

  • Voor de zomer 2022 komen de eerste vakvernieuwingscommissies bijeen.
  • Ongeveer twee jaar later, dus in 2024, worden de eerste concept-examenprogramma’s gepubliceerd. Voor Nederlands, vreemde talen, wiskunde, natuurwetenschappelijke vakken en maatschappijleer.
  • Vervolgens maken de syllabuscommissies de syllabi voor het centraal getoetste deel van de examenprogramma’s en ontwikkelen educatieve uitgeverijen op basis van de eindtermen lesvormen en leermiddelen.
  • Na de fase van beproeving en formele vaststelling worden de nieuwe examens ingevoerd.

Geen apart examen en geen apart vak voor DG

Hoe de nieuwe examens eruit gaan zien en wat er precies geëxamineerd wordt, is nog niet bekend. Maar in ieder geval komt er geen apart examen voor digitale geletterdheid. Ook wordt er voorlopig geen apart vak ‘digitale geletterdheid’ ontwikkeld. Digitale geletterdheid en burgerschap worden in eerste instantie ondergebracht bij de verschillende vakgebieden.

Integratie DG in de bestaande vakken

Dus: heel goed kijken waar DG betekenisvol kan worden geïntegreerd in de bestaande vakken, is het devies (van Gerdineke van Silfhout, curriculumexpert bij SLO). De vraag wordt dan: welke digitale component past in welk vak? Sommige keuzes liggen daarbij voor de hand: “Kritisch online lezen bij Nederlands, kritisch bronnenonderzoek bij geschiedenis en computational thinking – of een deel daarvan – waarschijnlijk bij de bètavakken”, vermoedt Van Silfhouts collega Martin Klein Tank. Maar hoe dan ook: “Integreer waar mogelijk, zeggen wij vaak.”

Precieze uitkomst nog ongewis

Hoe de curricula en de examenprogramma’s er uiteindelijk uit gaan zien, is op dit moment (begin 2022) nog niet duidelijk. Omdat de vakvernieuwingscommissies – bestaande uit zo’n tien tot veertien leraren en vakinhoudelijk experts per commissie – nog moeten starten én relatief autonoom zijn.

“We weten dus nog niet precies hoe digitale geletterdheid een plek zal krijgen in de eindtermen”, zegt Jos Tolboom, eveneens curriculumexpert bij SLO. “De vakvernieuwingscommissies krijgen de uitdaging om digitale geletterdheid te integreren in de bestaande vakken.” Een verdringing van eigen inhouden? “Nee, juist door die integratie groeit de relevantie van het vak. De commissies worden waar nodig ondersteund met expertise, omdat de primaire expertise waarschijnlijk op het eigen vakgebied ligt.”

Startnotitie DG van SLO

Dat de vakvernieuwingscommissies relatief autonoom zijn, betekent niet dat ze hun vakken helemaal opnieuw kunnen invullen. Met weglating van DG bijvoorbeeld. Alle commissies krijgen namelijk een startnotitie DG mee, waarin wordt geschetst waar ze speciaal op moeten letten en wat scholen globaal kunnen verwachten. Al hoeven de aanbevelingen uit die startnotitie niet een-op-een overgenomen te worden.

De vakvernieuwingscommissies krijgen twee jaar de tijd om hun concept-examenprogramma’s met het totaal aan eindtermen te formuleren, inclusief de verdeling tussen het centraal examen en schoolexamen. “Dat zijn compacte documenten, het zullen een paar A4’tjes per commissie worden”, voorspelt Tolboom. Daarna volgt de fase van beproeving, waarin deze eindtermen getest en uitgewerkt worden (naar lesvormen en examenvragen).

“Hoelang die fase van beproeven zal duren, hangt af van veel factoren”, zegt Van Silfhout. “De bètavakken bij havo/vwo, die onlangs al vernieuwd zijn, hoeven misschien minder uitgebreid getest te worden dan andere vakken.”

Een indruk van wat er komen gaat

Hoe de examens (met DG) eruit gaan zien, valt dus nog niet goed te voorspellen. Maar volgens Tolboom van SLO is daar al een glimp van op te vangen door naar de eindtermen van computational science te kijken. “Het integratieaspect speelt daarin ook een cruciale rol.”

Syllabus voor het centraal eindexamen

Na afronding van de fase van beproeven gaat het College voor Toetsen en Examens (CvTE) een syllabus ontwikkelen voor de centraal te examineren onderdelen van het examenprogramma. “Aan de hand van die syllabus kunnen toetsmakers centrale examens ontwikkelen. En leraren kunnen die syllabus gebruiken in hun onderwijs, om leerlingen voor te bereiden op de centrale examens”, zegt Van Silfhout. “Vooral wat betreft het toetsen van kennis”, voegt haar collega Tolboom toe. “In tegenstelling tot het toetsen van vaardigheden.” Die worden getoetst bij de schoolexamens.

Ondertussen zullen de educatieve uitgevers – die voortdurend meekijken en meeluisteren – de eindtermen en de syllabus verwerken in hun methodes en lespakketten.

Handreikingen voor de schoolexamens

Voor de schoolexamens gaat SLO handreikingen ontwikkelen. Die handreikingen zullen volgens Van Silfhout alleen “behulpzaam” zijn en niets voorschrijven. “Dat pakken de scholen zelf op.”

De vraag wordt: welke digitale component past in welk vak?

Scholen moeten er in ieder geval rekening mee houden dat vooral de (DG-)vaardigheden in de schoolexamens terecht zullen komen. Want: “Ik zie de leerlingen nog niet snel iets modelleren of programmeren op het centraal examen. Dat leent zich meer voor praktijkexamens en werkstukken”, aldus collega Tolboom.

Op weg naar een digitaal examen?

De centrale examens van het vo zijn op dit moment niet digitaal, maar nog geheel op papier. Zal ook dat veranderen? De PISA-testen zijn bijvoorbeeld volledig digitaal en ook in het vmbo wordt er al enige tijd – deels – digitaal geëxamineerd. Gaat dat ook bij het vo en het mbo gebeuren?

Tolboom, Van Silfhout en Klein Tank van SLO durven daar geen uitspraak over te doen, maar kunnen zich wel voorstellen dat de commissies ook hierover nadenken. “Vraag is of een papieren examen in deze tijd nog valide is”, zegt Van Silfhout. “Leerlingen wordt geleerd om werkstukken digitaal te maken en te publiceren, met tekstverwerkers of PowerPoint, maar op een examen mogen ze daar geen gebruik van maken.” Ze memoreert hoe het lezen bij PISA wordt getoetst. “Dat gebeurt allemaal digitaal, met hypertekst en lezen vanuit scenario’s, met meerdere bronnen. Dat is een ander soort examen geworden.”

Eventueel zouden de digitale vaardigheden volgens Tolboom ook in het centraal eindexamen terecht kunnen komen, bijvoorbeeld via Computer Based Assessment. “Daar moeten we ervaring mee op zien te bouwen.”

Nog een lange weg te gaan

Het is dus een traject dat nog jaren zal duren, voorspellen Van Silfhout, Klein Tank en Tolboom, en waarvan de uitkomsten nog tamelijk onvoorspelbaar zijn. “Die vakvernieuwingscommissies hebben een flinke puzzel te leggen”, zegt Van Silfhout. “Maar dat digitale geletterdheid een plek zal krijgen in het curriculum en de examens, daar zijn we van overtuigd.”

Ondertussen kun je op de hoogte blijven van de vorderingen van de vakvernieuwingscommissies door je te abonneren op de nieuwsbrief van SLO.

De onderwerpen waarover wij publiceren