Doorgaan naar hoofdinhoud
  • Tips
  • |
  • Digitale geletterdheid
  • |
  • po
  • vo
  • mbo

9 tips voor een integrale implementatie van digitale geletterdheid

Voor een integrale implementatie van digitale geletterdheid is dit tipartikel een leidraad. Je zult merken dat elke tip uitnodigt tot het blijven voeren van gesprekken over een visie op digitale geletterdheid. Door je steeds af te vragen wat elke stap betekent voor jouw school, de doelgroep en de onderwijsopdracht, wordt het een traject dat bij je past.

Remco Pijpers

Door Remco Pijpers

15 januari 2021
8 minuten lezen

Tips voor de integrale implementatie van digitale geletterdheid:

  1. Zorg voor een stevige basis.
  2. Zoek naar aansluiting bij bestaande vakken.
  3. Prioriteer de relatie met taalvaardigheid.
  4. Besteed voldoende aandacht aan de ontwikkeling van (achtergrond)kennis.
  5. Zet concentratie en aandacht in het juiste perspectief.
  6. Heb oog voor het sociale perspectief.
  7. Zet in op de digitale geletterdheid van de leraar.
  8. Betrek de cirkel van invloed.
  9. Houd digitale geletterdheid en de ict-infrastructuur in balans.

1. Zorg voor een stevige basis

Bied niet halsoverkop alles aan dat valt onder digitale geletterdheid. Onderzoek laat zien hoe belangrijk het is dat je probeert digitale geletterdheid opbouwend aan te bieden. Leerlingen zonder goede ict-basisvaardigheden kunnen bijvoorbeeld niet zomaar leren programmeren. Voor het vinden van informatie op internet is alleen basiskennis over de werking van een zoekmachine niet genoeg; de leerling moet ook de betrouwbaarheid van digitale informatie kunnen beoordelen. 

2. Zoek naar aansluiting bij bestaande vakken

Digitale geletterdheid kun je als een apart vak aanbieden, zodat je er zeker van bent dat leerlingen een goede basis hebben. Maar de integratie van digitale geletterdheid leidt ook tot een verrijking van bestaande leergebieden. Bestaande vakken bieden tal van aanknopingspunten om aandacht te besteden aan de leerdoelen van digitale geletterdheid.

In hoofdstuk 4 van het Handboek digitale geletterdheid lees je verschillende praktijkverhalen hoe scholen dit aanpakken. Of het nu gaat om de integratie met taal, wiskunde of geschiedenis: de koppeling met digitale geletterdheid zorgt voor een frisse blik op bestaande vakgebieden en draagt bij aan het actualiseren van het curriculum.

3. Prioriteer de relatie met taalvaardigheid

Uit tal van onderzoeken blijkt: voor digitale geletterdheid is begrijpend kunnen lezen belangrijk. Hoe beter je leest, hoe groter de kans dat je webteksten snapt en slaagt in een zoekopdracht op internet. En omgekeerd: de leerlingen die slecht scoren op digitale informatievaardigheden, zijn vaak ook minder goed in begrijpend lezen. Lering valt te trekken uit het project ‘App Noot Muis’. In dit innovatieproject, gesteund door de PO-Raad, Kennisnet en SLO, integreren acht schoolbesturen in het primair onderwijs digitale geletterdheid in hun taalonderwijs.

4. Besteed voldoende aandacht aan de ontwikkeling van (achtergrond)kennis

Dankzij internet heeft bijna iedereen toegang tot een enorme hoeveelheid informatie; niet eerder hadden we zoveel kennis beschikbaar. Tegelijkertijd is het heel moeilijk om te weten wat je níet weet. Je kunt deelnemen aan allerlei maatschappelijke debatten op sociale media, maar niet alles wat mensen online plaatsen klopt. Zelf kunnen publiceren levert een stroom aan ‘vervuilde’ informatie op. Dus ook al lukt het leerlingen informatie te vinden op internet, dan zijn ze er nog niet. Belangrijker: hoe wordt de informatie geïnterpreteerd? Hoe beoordelen ze de relevantie en betrouwbaarheid van die informatie? 

Uit onderzoek blijkt hoe noodzakelijk achtergrondkennis is. Hoe meer leerlingen weten over geschiedenis, aardrijkskunde, biologie, kunst en techniek, hoe beter ze begrijpend lezen. En hoe beter het ze vergaat in hun online zoektocht naar informatie over een van deze thema’s, ook al krijgen ze desinformatie voorgeschoteld. Dit betekent niet dat kennis de voorkeur zou moeten krijgen boven vaardigheden. Er is geen tegenstelling tussen kennis en vaardigheden, zoals soms in discussies wordt beweerd. De twee horen onlosmakelijk bij elkaar.

5. Zet concentratie en aandacht in het juiste perspectief

Scholen kunnen digitale afleiding tegengaan met een schoolcultuur waarin focus mogelijk is. Kennisnet adviseert daar uitgebreid over in de publicatie ‘Schoolbeleid voor smartphones’.

Los van de ontmoediging van online afleiding loont het de moeite om ‘langzame aandacht’ een prominente plek te geven in de plannen voor digitale geletterdheid. Doorgaans is het perspectief op digitale geletterdheid een actieve: leerlingen leren de mogelijkheden van digitale technologieën te benutten; ze zijn actief, creatief en bewust met technologie bezig. 

Digitale media prikkelen leerlingen ook constant om te participeren. Maar net zo belangrijk is het terughoudend te kunnen zijn: even níet te reageren of actief mee te doen, het swipen te staken, op je te laten inwerken wat een online uiting met je doet. Dit is de andere, vertragende kant van digitale geletterdheid. Liesbeth Breek, docent Frans, oefent langzame aandacht door samen met haar leerlingen aandacht te schenken aan World Press Photo en erover te praten, in het Frans uiteraard. Die aanpak wordt Slow Looking genoemd.

6. Heb oog voor het sociale perspectief

In de les

De school staat in verbinding met de hele wereld. Leerlingen kunnen, ook binnen de schoolmuren, via internet contact leggen met leeftijdgenoten in andere landen, zich mengen in andere communities en steun betuigen bij rampen waar ook ter wereld. Het sociale perspectief krijgt, zodra de nieuwe kerndoelen er zijn, zeker een plek in het curriculum. Dat gaat vooral over (sociale) mediawijsheid en digitaal burgerschap, waaronder de vraag hoe je weerstand biedt tegen online polarisatie en bijdraagt aan het goede. Dit is een van de zes essentiële thema’s van Curriculum.nu.

Buiten de les

De school moet sociaal veilig zijn, ook online. Scholen moeten weten wat de invloed is van online platforms op het leven van een leerling. Dat vraagt soms om ingrijpen. 

Een sociaal veilige school heeft beleid voor sociale media, dat zowel preventief is (hoe voorkom je digitale misstanden, hoe houd je het positief?) als reactief van aard (wat doe je als het misgaat?) 

In twee publicaties leggen we uit hoe je daaraan invulling geeft: 

7. Zet in op de digitale geletterdheid van de leraar

Digitale geletterdheid inbedden in het curriculum vraagt veel van leraren. Het is van belang dat zij zélf ook digitaal geletterd zijn, zodat ze hun kennis en kunde aan leerlingen over kunnen dragen. Niet elke leraar hoeft een expert te zijn, zoals het ook niet nodig is dat elke leraar op hetzelfde niveau digitaal geletterd is.

Uiteraard kan een leraar niet zonder een gedegen basis. Denk aan het kunnen maken van een tekstdocument of een spreadsheet, het kunnen uploaden van foto’s en filmpjes en het kunnen genereren van een veilig wachtwoord (basis/generiek)

En een vaardigheid zoals het kunnen maken van onderscheid tussen betrouwbare en onbetrouwbare online informatie, hoort bij zowel de biologie- en de economiedocent, als bij de leraar in groep 8 (vakoverstijgend/generiek). 

Een economiedocent zal ook data uit een spreadsheet moeten kunnen interpreteren en representeren. Daarnaast moet hij begrijpen hoe bedrijven met nieuwe verdienmodellen rondom dataverzameling winst maken, ook via leerlingen (vakspecifiek).

Bovenal is het pedagogisch kompas in de digitale context van belang. Hoe ga je om met onbekende, nieuwe situaties op digitaal gebied? Bijvoorbeeld: stel dat je ziet dat een leerling met zijn smartphone een beeld doorstuurt waarop een medeleerling wordt bespot. Onderneem je actie, of loop je door? (pedagogisch).

Podcastaflevering ‘Pedagogisch tact in een digitale context’

Wat betekent het om met tact en sensitiviteit voor de klas te staan? En hoe kunnen leraren zich met pedagogische tact tot de digitale leefwereld van leerlingen verhouden? Aan de hand van het gedachtegoed van Max van Manen, een Canadese pedagoog, geven kenners Wouter Pols en Geert Bors in deze podcast antwoord op deze vragen.

8. Betrek de cirkel van invloed

Naarmate een kind ouder wordt, breidt zijn leefwereld zich steeds verder uit: van het gezin, naar school, naar vrienden buitenshuis, naar clubjes, naar baantjes, enzovoort. De zogenoemde cirkel van invloed (of circle of influence) wordt steeds groter. Daarbij dragen niet alleen de school maar alle systeempartners (die samen het sociale systeem rond het kind vormen) bij aan de totale ontwikkeling, inclusief de digitale ontwikkeling, van het kind. Vraag jezelf ook af hoe je al die partijen, voor zover mogelijk, actief kunt betrekken.

9. Houd digitale geletterdheid en de ict-infrastructuur in balans

Goed onderwijs in digitale geletterdheid is mensenwerk. Maar ook de materiële randvoorwaarden moeten op orde zijn. Een belangrijke randvoorwaarde in het Vier in balans-model van Kennisnet is de ict-infrastructuur. Stem de apparatuur en connectiviteit af op je ambities voor digitale geletterdheid en blijf afstemmen met je ict-collega’s, al is het maar om te voorkomen dat de schooldirecteur geen mail kan versturen zolang groep 8 bezig is met programmeren in Scratch.

Schematische weergave en uitleg van de randvoorwaarden van Vier in balans: visie, deskundigheid, infrastructuur, en inhoud en toepassingen

Hoe integreer je digitale kennis en vaardigheden op een integrale manier in je curriculum? We adviseren de volgende fasering te beschouwen als een cyclus. Soms zul je opnieuw moeten beginnen, of een stapje terug moeten doen. 

  • Fase 1: inventariseren. Stel jezelf de vragen: Waar staan we nu? Welke basis hebben we? En waar willen we naartoe? 
  • Fase 2: maak een nieuw, slim begin. Creëer draagvlak en denk na over het verbinden van de visie aan de praktijk. Vertrekpunt: de school ontwikkelt door op de basis die al is gelegd. Wacht met integreren als de school hier nog niet aan toe is. 
  • Fase 3: structurele implementatie. Sluit aan bij bestaande leerlijnen digitale geletterdheid of voeg digitale vaardigheden toe aan de aanwezige leerlijnen (zoals rekenen) van de school. Evalueer en pas aan waar nodig. 
  • Fase 4: verdiepen, verankeren en integreren. Hierbij gaat het vooral om de ontwikkeling van een aangepaste of complete leerlijn en het leggen van verbanden tussen verschillende vakken. Blijf evalueren en pas aan waar nodig. 

In het Handboek digitale geletterdheid wordt deze leidraad uitvoerig behandeld. En met de praktische opdrachten van Teamwerk digitale geletterdheid kun je als school voorbereidingen treffen om met digitale geletterdheid een vliegende start te maken.

Downloads

De onderwerpen waarover wij publiceren