Digitale inclusie wil zeggen dat elke leerling en student ook in de digitale wereld erbij hoort en mee moet kunnen doen. Digitale hulpmiddelen kunnen inclusie versterken. Leerlingen en studenten die tijdelijk niet naar school kunnen, krijgen op afstand toch les. Leerlingen en studenten met een visuele beperking kunnen dankzij voorleesfuncties beter meedoen. Hoogbegaafde leerlingen en studenten blijven meer betrokken dankzij de extra uitdaging die digitale middelen bieden.  

Maar het is niet vanzelfsprekend dat iedereen de kansen van digitalisering kan benutten. In het artikel ‘Kansengelijkheid en digitalisering? Toegang is niet genoeg’ lieten we zien dat gelijke kansen bij digitalisering beginnen bij toegang tot devices en internet. Maar alleen toegang is voor digitale inclusie niet genoeg. Veel leerlingen hebben niet genoeg digitale vaardigheden om goed deel te nemen aan de online wereld. Websites of online video’s zijn niet altijd goed aangepast voor leerlingen met visuele of motorische beperkingen. En niet elke leerling of student voelt zich thuis in de digitale omgeving van de school. Voor digitaal inclusief onderwijs houd je rekening met verschillen tussen leerlingen en studenten, en betrek je iedereen erbij.  

Er zijn vijf voorwaarden voor digitale inclusie in het onderwijs:

  1. digitale hulpmiddelen
  2. geschikte devices en connectiviteit
  3. toegankelijkheid
  4. digitale vaardigheden
  5. digitale omgeving voor iedereen
De 5 voorwaarden voor digitale inclusie in het onderwijs.

1. Digitale hulpmiddelen

Digitale hulpmiddelen laten leerlingen en studenten met specifieke ondersteuningsbehoeften eenvoudiger deelnemen aan het onderwijs. Doordat de technologie een deel van de ondersteuning door de leraar overneemt, ontstaan er meer mogelijkheden voor specifieke groepen leerlingen en studenten om mee te doen met het regulier onderwijs. Denk aan ondersteuning met een brailleleesregel voor slechtziende leerlingen of studenten, software met een meeleescursor voor leerlingen of studenten met dyslexie, of apps waarin een avatar tekst uit kinderboeken vertaalt naar gebarentaal. De ondersteuningsmogelijkheden met technologie veranderen snel en worden steeds beter afgestemd op de behoeften van de gebruiker. Professionals in het speciaal onderwijs verwachten veel van de mogelijkheden die AI biedt. 

Digitale technologie maakt het mogelijk om les op afstand te geven. Dit versterkt inclusie. Zo kunnen leerlingen in krimpgebieden toch dat keuzevak dat ze zo leuk vinden volgen, door online mee te doen bij een andere school. Leerlingen die van huis uit minder ondersteuning krijgen, kunnen met digitaal materiaal extra oefenen buiten school. En leerlingen en studenten die (tijdelijk) niet naar school kunnen blijven onderdeel van hun klas, doordat zij online mee kunnen doen. In het artikel Digitale hulpmiddelen verbinden zieke leerlingen met de klas lees je hoe dit in de praktijk werkt.

Er zijn ook digitale toepassingen die begrip en empathie onder medeleerlingen en -studenten kunnen vergroten. Zo kunnen leerlingen in virtual reality of serious games ervaren hoe het is om je weg te vinden met een licht verstandelijke of visuele beperking.   

Reflectievragen digitale hulpmiddelen

Tips/meer lezen over digitale hulpmiddelen

2. Geschikte devices en connectiviteit

Onderwijs wordt steeds digitaler. Elke leerling en student heeft daarom toegang nodig tot de digitale wereld. De coronacrisis liet zien dat verschillen tussen leerlingen of studenten kunnen toenemen als zij online niet mee kunnen doen. Een goed werkend device is een belangrijke voorwaarde voor digitale toegang. Bijvoorbeeld een laptop of tablet. Devices vallen nog niet onder de Wet gratis schoolboeken. Als ouders geen laptop of tablet aanschaffen voor hun kind, moet de school voor een goed alternatief zorgen.   

Leerlingen en studenten hebben ook goed werkend internet nodig. Zowel op school als thuis. Zo kunnen zij meedoen aan huiswerkopdrachten of bij afstandsonderwijs. Niet elke leerling of student heeft thuis goed werkend internet. De school kan zorgen voor goede leerplekken waar leerlingen of studenten kunnen werken, of een regeling treffen voor internet thuis. 

Checkvragen geschikte devices en connectiviteit

Tips/meer lezen over devices en connectiviteit

3. Toegankelijkheid 

Iedereen moet mee kunnen doen, ook bij digitaal onderwijs. Het is daarom belangrijk om informatie op verschillende manieren aan te bieden. Kunnen leerlingen of studenten met extra ondersteuningsbehoeften ook met de digitale middelen overweg? Bijvoorbeeld als zij slechtziend, kleurenblind of slechthorend zijn, of een verstandelijke beperking of dyslexie hebben? 

Toegankelijkheidseisen helpen ontwikkelaars, schrijvers en redacteuren om digitaal materiaal voor verschillende doelgroepen begrijpelijk te maken. Bijvoorbeeld door met voldoende contrast te werken, bijschriften bij plaatjes of video’s met audio toe te voegen, of te zorgen dat ook leerlingen met een motorische beperking mee kunnen doen met een didactisch klik- en sleepspelletje. Maar de ontwikkelaars dragen die verantwoordelijkheid niet alleen. Ook scholen moeten hier rekening mee houden. Bijvoorbeeld bij de inkoop van leermaterialen, of bij het inzetten van eigen leermaterialen of online lessen. 

Checkvragen toegankelijkheid

Tips/meer lezen over toegankelijkheid

4. Digitale vaardigheden 

Er zijn grote verschillen in digitale vaardigheden tussen de leerlingen en studenten met verschillende achtergronden op verschillende type scholen. Leerlingen met een lagere sociaal-economische status scoren slechter op digitale geletterdheid. Leerlingen en studenten met extra ondersteuningsbehoeften lopen in de digitale wereld bovendien tegen nieuwe uitdagingen aan. Zij hebben extra aandacht nodig op dit gebied. Leerlingen met een verstandelijke beperking zijn bijvoorbeeld extra kwetsbaar voor oplichting en online pesten.  

Werken aan goede digitale vaardigheden en digitaal burgerschap op school is van groot belang voor een inclusieve samenleving. Een goede basis in taal en rekenen is hier een belangrijke voorwaarde voor. Werken aan digitale geletterdheid hoeft niet per se (alleen) met digitale middelen te gebeuren. Het voeren van gesprekken over de digitale wereld en het stimuleren van reflectie is vaak effectiever.  

Ook de vaardigheden van leraren doen ertoe. Een digitaal vaardige leraar kan ict inzetten om zijn onderwijs beter te maken. Bovendien kan een digitaal vaardige leraar leerlingen of studenten beter begeleiden bij het ontwikkelen van digitale vaardigheden en digitaal burgerschap. 

Checkvragen digitale vaardigheden en burgerschap

Tips/meer lezen over digitale vaardigheden en burgerschap

5. Digitale omgeving voor iedereen

Op school moet elke leerling en student mee kunnen doen en zich betrokken voelen. In de fysieke, maar ook in de digitale omgeving. Dat betekent dat de school in de gaten houdt of leerlingen/studenten niet digitaal worden buitengesloten. Bijvoorbeeld door digitaal pesten tegen te gaan. Door na te gaan of mogelijk gebruik van data of algoritmes niet leidt tot vooroordelen. Of door ervoor te zorgen dat het digitale lesmateriaal inclusief is. Inclusief lesmateriaal laat leerlingen/studenten in aanraking komen met diverse inhoud, bijvoorbeeld op het gebied van religie, etniciteit en seksualiteit.

Digitaal open leermateriaal biedt veel mogelijkheden voor een gevarieerde en inclusieve leerinhoud. Ook de digitale communicatie van de school vraagt aandacht. Bijvoorbeeld als niet alle ouders het Nederlands goed beheersen of onvoldoende digitaal geletterd zijn. Ten slotte is het belangrijk dat leerlingen, studenten en ouders ook buiten de digitale omgeving mee kunnen blijven doen.

Checkvragen digitale omgeving voor iedereen

Tips/meer lezen over digitale omgeving voor iedereen

Digitale inclusie in het onderwijs versterken

Digitalisering is niet meer weg te denken uit het onderwijs. Met de vijf voorwaarden kunnen scholen digitalisering benutten voor inclusiever onderwijs en inclusie ook in de digitale wereld van de school versterken. Dit is geen eenvoudige opgave en vergt werk van elke organisatie. Nieuwe digitale technologieën ontwikkelen zich snel en dat vraagt blijvend om aanpassingsvermogen, maar biedt ook veel kansen om leerlingen en studenten beter aan het onderwijs deel te laten nemen.  

Wat kun je als school(bestuur) doen? Een belangrijke start is ruimte maken voor het gesprek over digitale inclusie aan de hand van de voorgaande reflectievragen. Of je kunt de vijf voorwaarden voor digitale inclusie inzetten bij de inkoop van leermiddelen of gebruiken bij gesprekken met leveranciers om de ontwikkeling van digitale technologie te sturen.  

Verder helpt het om hierin samen op te trekken, bijvoorbeeld via de coöperatie SIVON of door best practices met elkaar te delen.

Deel deze pagina: 5 voorwaarden voor digitale inclusie in het onderwijs

Delen
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • E-mail