Het onderzoek – uitgevoerd door Universiteit Twente onder 746 leerlingen tussen de 10 en 13 jaar in het basis- en voortgezet onderwijs – bestond onder meer uit een digitale toets waarbij leerlingen in een online omgeving realistische opdrachten uitvoerden die gericht waren op veiligheid en privacy en op het verzamelen, beoordelen, creëren en publiceren van digitale informatie. Uit het onderzoek blijkt dat er veel verschillen zijn tussen wat kinderen kunnen en kennen als het gaat om digitale geletterdheid.

Leraren staan daarmee voor een grote uitdaging. Digitale geletterdheid is een nieuw leergebied dat onderdeel is van de voorstellen voor de herziening van het curriculum. De Leerlingmonitor laat zien dat leraren bij de invoering van digitale geletterdheid een uiterst complexe beginsituatie aantreffen. In het voortgezet onderwijs bestaan niet alleen duidelijke verschillen tussen, maar ook binnen de opleidingsniveaus. Zo krijgt zowel een vwo- als een vmbo-docent te maken met toppers en met laagpresteerders in digitale geletterdheid.

Leerling werkt op computer
Tussen leerlingen van hetzelfde opleidingsniveau bestaan grote verschillen in digitale geletterdheid. In elke klas zitten zowel heel vaardige als veel minder vaardige leerlingen.

Opbouw in vaardigheden

Uit de toets blijkt dat er een opbouw zit in het verwerven van vaardigheden. In het zelf maken van digitale producten (zoals blogs) is de grote meerderheid vaardig. Moeilijker vinden leerlingen het zoeken naar relevante informatie op internet, het maken van een sterk wachtwoord en het ethisch bewust handelen. Wat dat laatste betreft: met hun eigen persoonlijke informatie gaan ze voorzichtig om, maar de afweging over de privé-beelden van anderen op internet is moeilijker. Echt lastig blijkt het beoordelen van de betrouwbaarheid van informatie en het oplossen van alledaagse vraagstukken met ict.

De opstellers van de monitor adviseren leraren al op de basisschool een stevig fundament in digitale geletterdheid te leggen, zoals het bewust omgaan met privacy en het uitwisselen van digitale informatie. Naast aandacht voor leesvaardigheid in het algemeen zou op scholen ook meer aandacht besteed kunnen worden aan het lezen van niet-lineaire digitale teksten. Het lezen van teksten op internet omvat namelijk andere leesvaardigheden dan het lezen van boeken.

Remco Pijpers, strategisch adviseur digitale geletterdheid bij Kennisnet, en coördinator van het onderzoek: “Niveauverschillen tussen leerlingen zie je in alle vakken, dus heel gek is dat niet. De uitdaging is aan die verschillen tegemoet te komen en kinderen die meer moeite hebben, te helpen verder te komen. Dat gebeurt nu onvoldoende. Probleem is dat we ook nog niet precies weten hoe je met deze verschillen omgaat. Des te belangrijker dat we schoolteams goed ondersteunen.”

Meetinstrumenten

Als digitale geletterdheid wordt opgenomen in het curriculum, moeten de bijbehorende kennis en vaardigheden ook gemeten kunnen worden. De onderzoekers pleiten daarom voor goede meetinstrumenten die de vaardigheden van een leerling in kaart kunnen brengen. Alleen als een leraar weet waar de zwakke plekken zitten, kan het onderwijs goed aansluiten op wat leerlingen bijvoorbeeld thuis al hebben geleerd en is het mogelijk de digitale kloof te verkleinen. 

Download het rapport

Benieuwd naar de resultaten? In onderstaande publicatie leest u meer.

Deel Leerlingmonitor: grote verschillen tussen leerlingen in digitale geletterdheid

Delen
  • LinkedIn
  • Twitter
  • Facebook
  • E-mail