In dit tweede artikel over digitale geletterdheid (DG) in het talenonderwijs gaan we van de theorie naar de praktijk. Met de focus op het vak Nederlands. Wat gebeurt er nu al? Wat werkt wel en wat niet?

DG is ook: beter kritisch lezen

Jeroen Clemens, oud-docent Nederlands en tegenwoordig consultant, publicist en spreker op het gebied van digitale geletterdheid en taalonderwijs, is blij met de voorzet van Curriculum.nu. Hij vindt het “een uitgebreide opdracht voor kritisch online lezen”. Om daarna te verzuchten dat dat wel zo’n beetje het enige is. “Verder vind je er nauwelijks online vaardigheden.”

Jeroen Clemens
Jeroen Clemens, spreker/publicist en oud-docent Nederlands. © Robin-Alysha-Clemens

En dat is teleurstellend, vindt Clemens, omdat het vak Nederlands volgens hem behoefte heeft aan meer digitale geletterdheid. “De vaardigheden die je leert voor papieren teksten, zijn onvoldoende voor online geletterdheid. Leerlingen die heel goed zijn in traditioneel tekstbegrip, zijn lang niet altijd zo goed in een digitale omgeving. Die raken de weg kwijt als ze online iets moeten zien te vinden, lezen en begrijpen.” (Zie ook zijn artikel Digitale geletterdheid: een uitdaging voor het (taal)onderwijs.)

Clemens wijst daarbij op de laatste PISA-cijfers, die voor de leesvaardigheid nogal dramatisch uitpakten. Wat vooral te wijten was aan het gebrekkige vermogen van de onderzochte 15-jarigen om meerdere documenten, waaronder ook online documenten, kritisch met elkaar te kunnen vergelijken.

Omgaan met multiperspectiviteit

Lector onderwijsinnovatie en ict bij Windesheim Zwolle Anneke Smits is het grotendeels eens met Jeroen Clemens. “Wat het onderwijs – en vooral het talenonderwijs – op dit moment tekortkomt, is multiperspectiviteit.” Oftewel: het kritisch vergelijken van meerdere documenten, waaronder ook online documenten. Dat is volgens haar de uitweg bij het ontsnappen aan internetbubbels en rabbit holes.

Smits heeft daarbij drie uitgangspunten:

Omgaan met nepnieuws

Matijs Lips, docent Nederlands (Dr. Nassaucollege in Beilen) en ‘leraar van het jaar’ in 2018, brengt de lessen van Smits al enige jaren met succes in praktijk. Hij gebruikt actuele Twitter-feeds om zijn leerlingen te laten zien dat er in online discussies altijd meerdere perspectieven zijn.

Vervolgens laat hij ze de game Slechtnieuws.nl spelen, waarmee jongeren zelf nepnieuws kunnen maken. Met als doel zoveel mogelijk volgers te krijgen. Vervolgens maken de leerlingen spelenderwijs kennis met diverse technieken, zoals manipuleren en polariseren, voor het verspreiden van nepnieuws. (Over de vraag hoe verantwoord het is om leerlingen te laten oefenen met ‘foute voorbeelden’ is nog veel discussie. Maar motiverend werkt het in ieder geval wel.)

Ten slotte laat hij zijn leerlingen zien hoe nepnieuws onschadelijk te maken is. Met manipuleren, vermommen, verdedigen, polariseren en trollen. Het idee daarachter is om de leerlingen kennis en vaardigheden bij te brengen die ze kunnen gebruiken in de digitale wereld. Lips: “Zie het als leren autorijden. De eerste keer een snelweg opgaan is erg spannend, maar door kilometers te maken en goed te leren kijken, leer je je weg te vinden.”

Student maakt vlog
Leraar Nederlands Matijs Lips laten leerlingen vlogs over boeken maken. © istock

Omgaan met actuele thema’s en uitgestelde aandacht

Ook Lips hecht zeer aan gesprekken als pedagogisch middel. Daarvoor gebruikt hij (jeugd)literatuur, poëzie en films.

Zo leent het gedicht Betaalzone van Dominique de Groen zich goed om actuele thema’s te behandelen. “Dat gedicht is een tijdelijke – fictieve – ruimte waarin je een gesprek kunt voeren over wie we zijn in de digitale wereld.”

Lips kiest vaker voorbeelden uit kunst en cultuur, van letteren tot film, maar vooral ook poëzie, om te praten met zijn klas. “Zo’n gedicht is iets waarmee je ruimte schept om over actuele digitale thema’s te praten.” Maar hij gaat verder dan alleen praten. “Ze weten dat ik uiteindelijk wil dat ze zelf gaan schrijven, en dat ze proberen te ontdekken wat poëzie inhoudt. Wat het vervreemdende is dat bij poëzie hoort, en dat ze leren omgaan met uitgestelde aandacht. Dat bouw ik langzaam op.”

Leesverleiding met vlogs

Met kleine ingrepen en enig vernuft weet Lips zijn lessen Nederlands te verrijken met mediawijsheid, informatievaardigheden en ict-basisvaardigheden. Bijvoorbeeld door een boekenvlog te laten maken. Eerst analyseren de leerlingen (tweede klas vo) diverse vlogs, leren ze hoe ze een plot opbouwen, en hoe ze kunnen knippen en plakken met bewegend beeld. “Daarna vraag ik ze om een boek te lezen en vervolgens een verkoopvlog te maken waarin ze hun medeleerlingen moeten verleiden om het boek te gaan lezen.”

De vaardigheden die je leert voor papieren teksten zijn onvoldoende voor online geletterdheid

Boekverslag wordt vlogverslag. Daarmee hoopt Lips een leescultuur te scheppen. Het probleem was wel de AVG, waardoor de vlogs van zijn leerlingen niet gepubliceerd konden worden. Lips broedt nu op alternatieven.

Betekenis zorgt voor motivatie

Een mogelijkheid om die vlogs alsnog te publiceren, is wel heel belangrijk, vindt hoogleraar Eliane Segers. Vooral voor de motivatie van de leerlingen. Ze is hoogleraar Leren & Technologie (Radboud Universiteit), hoogleraar Lezen & Digitale Media (Universiteit Twente, vanwege Stichting Lezen) en wetenschappelijk directeur van het Expertisecentrum Nederlands. “Want als je je opdrachten betekenisvol wil maken, moeten ze ook echt betekenisvol zijn. Als ze een vlog moeten maken die alleen door de leraar bekeken wordt, trappen ze er niet in. Ze hebben razendsnel door dat zo’n uiting geen betekenis heeft.”

Lees ook: Integratie van digitale geletterdheid in het talenonderwijs (1): de wetenschap

Deel deze pagina: Integratie van digitale geletterdheid in het talenonderwijs (2): praktijkervaringen

Delen
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • E-mail