1. Regel voor iedere leerling een persoonlijke licentie

Een voordeel van de interactieve oefeningen in digitaal leermateriaal is dat leerlingen direct zien hoe zij presteren. En docenten kunnen hun voortgang volgen. Maar alleen als je voor elke leerling een persoonlijke licentie regelt. Anders kunnen prestaties niet worden bewaard in persoonlijke leerlingdossiers binnen het materiaal.

Scholen realiseren zich dit niet altijd. Zij schaffen een 'klassenset' aan, waardoor leerlingen het materiaal enkel kunnen gebruiken met 'algemene' accounts. Docenten kunnen individuele resultaten van leerlingen dan niet meer volgen.

Een ander probleem ontstaat als het materiaal 'adaptief' is. Als meerdere leerlingen met hetzelfde account zouden werken, kan het zijn dat leerling 2 oefeningen voorgeschoteld krijgt, die afgestemd zijn op resultaten die leerling 1 eerder heeft gehaald.

Als je school met digitale leermiddelen werkt, is het belangrijk dat er voor alle leerlingen voldoende devices zijn © Reyer Boxem

2. Regel elk jaar nieuwe licenties

Op sommige scholen worden papieren werkboeken 2 jaar gebruikt. Docenten die deze werkwijze doortrekken naar digitaal lesmateriaal, komen bedrogen uit. Licenties voor digitaal leermateriaal worden namelijk uitgegeven voor 1 schooljaar. Zorg dat je elk jaar opnieuw licenties regelt.

3. Zet het materiaal klaar voor aanvang van het schooljaar

Zet het leermateriaal tijdig klaar. Aan het begin van het jaar zijn er soms opstartproblemen in 'de keten' en met het materiaal. Opstartproblemen schaden het enthousiasme van docenten en leerlingen over het materiaal.

Kiest je school voor materiaal dat direct toegankelijk is via de elektronische leeromgeving, begin dan minstens 1 week voor de start van het schooljaar met koppelen. Test de koppeling met schoolsystemen, test de bereikbaarheid van het leermateriaal en test of het materiaal werkt; liefst ook met leerlinglicenties.

3. Richt het digitale materiaal in

Omdat veel digitale leermaterialen een eigen leerlingvolgsysteem hebben, moeten in het materiaal ook klassen worden 'aangemaakt'. En leerlingen moeten in klassen worden 'geplaatst'. Anders kun je prestaties van leerlingen op klassenniveau niet goed volgen. Er ontstaat dan een verwarrend beeld.

Hoe dit werkt, verschilt per methode. Soms worden klassen in één keer aangemaakt door een beheerder. Leerlingen en docenten plaatsen zichzelf dan in klassen. Soms kunnen docenten zelf klassen maken, en zij moeten leerlingen dan ook in die klassen plaatsen. Bekijk voor gebruik wat je kunt doen om alles klaar te zetten.

4. Zorg voor voldoende beschikbare devices

Zorg dat er voldoende devices zijn waarop leerlingen kunnen werken. Tijdens lessen, maar ook buiten lestijd. Anders kunnen docenten geen huiswerk geven waarbij leerlingen met het materiaal moeten oefenen. Idealiter beschikt elke leerling steeds over een eigen device. Zorg dat er binnen de school ook (naschoolse) faciliteiten zijn voor leerlingen die thuis niet over devices beschikken.

Beschikbaarheid van lesmateriaal kan ook in de knel komen door het opstarten en administreren van de devices. Zorg bij het gebruik van laptopkarren voor een snelle en simpele opstartprocedure, want anders kan dit voor leerlingen en docenten een drempel opleveren voor het gebruik van digitaal materiaal.

5. Zorg voor een goede internetverbinding en connectiviteit

Zorg voor een goede internetverbinding en connectiviteit, want het overgrote deel van het digitale leermateriaal bestaat uit internettoepassingen. Als je verbinding onvoldoende is, dan heeft dat al snel gevolgen voor het gebruik.

Kan je schoolnetwerk piekbelasting aan als alle leerlingen tegelijkertijd aan het oefenen zijn? Is de capaciteit van de wifi-verbinding voldoende bij het gebruik van laptopkarren of persoonlijke devices? Ook als leerlingen met hun telefoons wifi-verbinding zoeken?

Onze 'Handreiking externe connectiviteit' helpt ict-coördinatoren bij het kiezen van externe (internet)connectiviteit. En gebruik Eduroam om via wifi snel en veilig toegang te bieden tot internet op je school.

De ontwikkelingen bij internetaanbieders gaan snel, de vragen rond internet connectiviteit van scholen nemen toe en de door hen benodigde capaciteit ontwikkelt zich sterk. Daarom werken we op dit moment aan een geactualiseerde versie van deze handreiking, gebaseerd op recente inzichten in de markt en het onderwijsveld. Aan het begin van het nieuwe schooljaar is deze handreiking weer beschikbaar.

6. Bespreek het nieuwe leermateriaal met je team

Maak het nieuwe digitale leermateriaal een terugkerend gespreksonderwerp in je docententeam. Dat is handig om praktische ervaringen te bespreken en tips met elkaar te delen. En misschien staan niet alle docenten te springen om ermee aan de slag te gaan. Bijvoorbeeld omdat ze zich onbekwaam voelen. Door erover te praten, gaat het werken met digitaal materiaal 'leven'.

7. Wees een pionier!

Digitaal leermateriaal is volop in ontwikkeling. Op bijna al het digitale leermateriaal is daarom wel iets aan te merken. Wees je ervan bewust dat het onderwijs en aanbieders van digitale content samen onderzoeken wat 'werkt' met digitaal leermateriaal.

Scholen zijn aan zet om ervoor te zorgen dat digitaal leermateriaal aansluit bij de wensen van het onderwijs, zegt Willem-Jan van Elk, leermiddelenexpert bij Kennisnet. Daarbij is ook aandacht nodig voor professionalisering van docenten.

Sommige docenten werken blijmoedig om problemen heen. Anderen raken gedemotiveerd. Voor hen wordt het makkelijker om met onvolkomenheden om te gaan als zij zelf een rol spelen in het contact met de uitgevers van leermiddelen, en als die luistert naar feedback en commentaar van leraren. Daar kun je als school het voortouw in nemen.

Linda le Grand is als adviseur leermiddelen werkzaam voor Kennisnet en is ict-ambassadeur bij het Mondriaan College en Udens College.

Deel Zo maakt je school een vliegende start met digitaal leermateriaal

Delen
  • LinkedIn
  • Twitter
  • Facebook
  • Google+
  • E-mail
  • Terug