In dit nummer van 4W staan de volgende artikelen:

Schrijven versus typen: wat zegt de neurowetenschap?

Letters (leren) schrijven met de hand verschilt in vier opzichten van typen: Er ontstaat een uniek motorprogramma voor de letter in motorische gebieden van de hersenen, wat bijdraagt aan het herkennen van letters. Het schrift biedt meer variatie en dat helpt om te abstraheren, wat belangrijk is bij letterherkenning. Kinderen die nog niet kunnen lezen, activeren het volwassen 'lees'- hersengebied meer wanneer ze een letter zien die ze hebben geleerd door te schrijven, dan wanneer ze die hebben geleerd door te typen. Mensen die veel met de hand schrijven hebben beter ontwikkelde basale motorische vaardigheden.

De pionier als bruggenbouwer

Schoolbrede onderwijsvernieuwing is een moeizaam proces, mede vanwege de kloof tussen de voorhoede (pionier en vroege gebruikers) en de leraren in de achterhoede voor wie het onderwijs niet hoeft te veranderen. Als een pionier erin slaagt om, zo mogelijk samen met enkele vroege gebruikers, een 'good practice' te ontwikkelen die collega's inspireert en kans ziet de inzet van ict te verbinden aan wat collega's nodig hebben, dan kan hij een brugfunctie vervullen tussen de voorhoede en de achterhoede. Een succesvolle pionier is een expert en rolmodel, deelt zijn visie en ervaringen met collega's en richt zich bij de ondersteuning van collega's op samenwerking bij het leren omgaan met een ict-toepassing en het verbinden van die toepassing aan de onderwijspraktijk.

Praktijkvoorbeelden als bron voor professionalisering

Goede praktijkvoorbeelden van nieuwe ict-toepassingen kunnen een verandering in het handelen en in het denken van leraren teweeg brengen. ● Hiervoor moet een praktijkvoorbeeld aan drie belangrijke voorwaarden voldoen: het moet een concrete, vernieuwende ict-praktijk presenteren (voorbeeld), laten zien wat er daadwerkelijk gebeurt (beschrijvend), en waarom het op die wijze gebeurt (verklarend). ● Leraren 'gewoon' laten kijken naar praktijkvoorbeelden van ict-toepassingen volstaat niet. Om de vertaalslag te kunnen maken naar de eigen praktijk moeten ze het voorbeeld kunnen (her) interpreteren naar de eigen onderwijssituatie.

Helpen virtuele tutors leerlingen met 'leren' leren?

Leerlingen beschikken beperkt over de metacognitieve vaardigheden (oriënteren, plannen, monitoren, evalueren) die nodig zijn om hun eigen leerproces te controleren en zo nodig bij te sturen. Speciale computerprogramma's kunnen hen ondersteunen bij het inzetten van deze vaardigheden tijdens het leren. Deze programma's werken met virtuele tutors die hulp op maat bieden (scaffolding). De leerlingen vergaren zo kennis van metacognitieve vaardigheden, die ze tijdens de taak - aangestuurd door de tutor - toepassen. Resultaat: een hogere score op de taak (een beter werkstuk bijvoorbeeld) dan de leerlingen die geen ondersteuning krijgen. De effecten op de domeinkennis zijn inconsistent en beperkt. Onbekend is of er een transfer van de opgedane kennis van metacognitieve vaardigheden plaatsvindt en of er - in het verlengde daarvan - sprake is van blijvende effecten op het leren.

Downloads

Deel Weten wat werkt en waarom - 4W 2013, nummer 3

Delen
  • LinkedIn
  • Twitter
  • Facebook
  • Google+
  • E-mail
  • Terug