In dit nummer van 4W staan de volgende artikelen:

Optimaal leren met ict

Om zo optimaal mogelijk feiten te leren moet het leerschema worden aangepast aan de kennis en kunde van de individuele leerling. Daarnaast moet rekening worden gehouden met spreidingseffecten (leren met tussenpozen) en met het overhooreffect (actief ophalen van de feiten middels een overhoring zorgt voor betere verbindingen in het geheugen). Deze vorm van maatwerk kan nu ook door de computer geleverd worden, dankzij programma's die gebaseerd zijn op modellen van het menselijk geheugen. Door de adaptiviteit van deze computermodellen krijgt iedere leerling een op zijn of haar leercapaciteiten aangepast leerprogramma. Hierdoor zijn de leeropbrengsten duidelijk hoger, evenals de motivatie van de leerder.

Educatieve software voor jonge kinderen

Prentenboeken-apps en andere computerprogramma's voor jonge kinderen worden opgeluisterd met talloze multimediale toevoegingen. Deze kunnen de effectiviteit van computeractiviteiten verhogen mits drie vitale principes gerealiseerd zijn. Het eerste is interactiviteit. Hierbij geldt dat betekenis geven (making meaning) effectiever is dan betekenis aangeboden krijgen (taking meaning). Het tweede is (mono)functionaliteit. Als een programma te veel 'vreemde' elementen bevat benaderen kinderen het als een computerspel en komen ze niet toe aan oefenen waarvoor het programma eigenlijk is bedoeld. Het derde is feedback. Met continue prestatiefeedback komen met name de talenten van een grote groep risicokinderen beter uit de verf.

Observationeel leren van videobeelden

In videovoorbeelden demonstreert een model (docent, medeleerling) hoe een leertaak uitgevoerd moet worden. Ze zijn flexibel in te zetten en zijn steeds gemakkelijker te maken en op te slaan in elektronische leeromgevingen. Videovoorbeelden zijn ook zeer effectief voor het leren, mits leerlingen nog weinig of geen voorkennis hebben, de voorbeelden goed ontworpen zijn (alle stappen zijn goed te volgen en de aandacht wordt op het juiste moment naar de juiste plaats geleid) en goed ingezet worden in het onderwijs, met de juiste verhouding tussen observeren en zelf oefenen.

Onderzoekend leren met computersimulaties

Met simulaties kunnen leerlingen onderzoekend leren en zo actief en diep kennis construeren. Met simulaties kunnen experimenten snel en efficiënt worden uitgevoerd en in experimenten kunnen misconcepties zichtbaar worden. Om het onderzoekend leren effectief te maken moet de leraar of het computerprogramma zelf het onderzoekend leerproces inhoudelijk begeleiden. Computersimulaties hebben in vergelijking met experimenten in een werkelijke situatie voordelen in de vorm van veiligheid, kosten, onafhankelijkheid van tijd en plaats, de uitbreiding van de mogelijkheid tot experimenteren met systemen, het aanpassen van de tijdschaal van de werkelijkheid en het laten zien van anders onzichtbare variabelen.

Wat bepaalt de kwaliteit van digitaal leermateriaal?

Bij het beoordelen van leermateriaal wordt gebruik gemaakt van drie kwaliteitscriteria: leerstof, didactiek en presentatie. Het criterium leerstof wordt weer beoordeeld op drie onderliggende criteria: selectie, ordening en verpakking. De didactiek van leermateriaal wordt ook op drie criteria beoordeeld: het gebruik van didactische strategieën, didactische werkvormen en het sturen van het leerproces. Bij de presentatie van de leerstof gaat het erom dat de teksten begrijpelijk moeten zijn, dat de gebruikte beelden de tekst moeten ondersteunen en dat de lay-out in dienst moet staan van het leerproces.

Downloads

Deel Weten wat werkt en waarom - 4W 2012, nummer 1

Delen
  • LinkedIn
  • Twitter
  • Facebook
  • Google+
  • E-mail
  • Terug