Dankzij de dinoplaatjes van Albert Heijn en het spel Pokémon Go maken veel mensen nu kennis met VR en AR. Bij AR wordt een extra laag over de werkelijkheid gelegd, die je via de camera van je smartphone of tablet kunt aanschouwen. En bij VR stap je met een speciale bril een andere wereld binnen. Kunnen deze technologieën iets betekenen voor het onderwijs, of zijn het leuke speeltjes voor thuis?

Een speler laat zien hoe hij een Pokémon vangt tijdens het eerste Nederlandse Pokémon Go evenement op de Grote Markt in Haarlem © Harold Versteeg/Hollandse Hoogte

Extra inhoud

VR en AR zijn niet nieuw. Ik heb voor het eerst kennisgemaakt met AR met apps als Layar en Blippar. Met AR kun je extra inhoud toevoegen aan statische pagina's van leerlingboeken. En we zijn naar buiten gegaan met de AR-app 'Los in 't bos', om op het schoolplein wilde zwijnen te ontmoeten, bosbranden te blussen en hertjes te voederen.

En natuurlijk werkten we met de magische kleurplaten van Quiver. Kleur de kleurplaat in, scan hem met de app en je ziet je ingekleurde tekening bewegen.

Met VR maakten we op school kennis dankzij de Google Cardboard. Je schuift simpelweg je smartphone in deze VR-bril en als je 'm opzet, waan je je in de achtbaan, je zweeft tussen de sterren en planeten of je zwemt plotseling tussen de haaien.

Steeds meer nieuwe VR-toepassingen

Er komen steeds meer nieuwe VR-toepassingen bij. Je kunt een nog intensere ervaring beleven met de VR-bril Oculus Rift. Er zijn betaalbare 360 gradencamera's waarmee je je eigen VR-beelden kunt maken. En in het najaar verschijnt de Playstation VR, een virtualrealitysysteem voor de spelcomputer van Sony.

Brainstorm over VR in het onderwijs

Maar wat kan het onderwijs met deze technologie? Deze vraag stond centraal tijdens de brainstorm & pizzasessie over VR in het onderwijs, die ik onlangs bijwoonde.

Deze bijeenkomst was georganiseerd door Don Zuiderman en Pauline Maas op de Hogeschool Utrecht. Na een introductie door onderwijskundige Robin de Lange over de geschiedenis van VR en de huidige mogelijkheden, brainstormden we in groepen over mogelijkheden voor het onderwijs.

Je kunt leerlingen bijvoorbeeld een rondleiding door de school laten maken met 360 gradenbeelden, die je in een programma als Holobuilder verder van informatie voorziet. We kwamen samen tot een aantal conclusies.

Ten eerste kun je VR niet langdurig gebruiken. Daarvoor is de ervaring te intens en kun je cognitief overbelast raken, wat leren in de weg staat. Daarnaast kunnen er gezondheidseffecten optreden. Sommige mensen worden misselijk van een VR-ervaring.

Ten tweede is VR nog erg individueel. Ook bij een project als Google Expeditions, waarbij je met een hele klas de VR-ervaring beleeft, is er altijd iemand (de leraar) die de leidende rol heeft.

Om goede educatieve content te ontwikkelen, moet er verder samengewerkt worden tussen mensen met technische en onderwijskundige capaciteiten.

En tenslotte is een goede, inhoudelijke VR-ervaring nog vrijwel onbetaalbaar voor scholen, maar het wordt steeds eenvoudiger om zelf content voor VR te maken.

'We zijn er nog lang niet!'

Kortom, we zijn er nog lang niet. Virtual reality verandert mogelijk het leren in de nabije toekomst, doordat de leerling intensieve ervaringen kan opdoen, terwijl hij in een andere omgeving wordt geplaatst. Maar ook omdat hij zich met VR kan verplaatsen in het perspectief van een andere persoon. Verder kunnen we creatieve toepassingen verwachten, zoals schilderen of graffiti met behulp van VR.

Tot die tijd kunnen we de ontwikkelingen volgen met de Google Cardboard, de dino's van AH en het vangen van Pokémon met Pokémon Go. Maar laten we vooral bedenken welke mooie mogelijkheden AR en VR het onderwijs gaan bieden. Het liefst in samenwerking met educatieve uitgeverijen.

Meer weten over virtual reality?

Wil je meer weten over virtual reality? Lees dan de brochure 'Virtual reality in het onderwijs', ga aan de slag met de gratis les over VR (voor po en vo) of beluister de Kennisnet podcast over VR.

Tessa van Zadelhoff werkt ruim 20 jaar in het basisonderwijs. Sinds januari 2013 is ze projectleider onderwijsinnovatie bij de stichting PRODAS met daarin 25 basisscholen. Deze stichting heeft een Ontdeklab waar leerkrachten met hun klas welkom zijn om kennis te maken met onderwerpen als ict-werkvormen, programmeren, maakonderwijs, mediawijsheid en 21e eeuwse vaardigheden.

Deel Virtual en augmented reality in de klas? 'We zijn er nog lang niet!'

Delen
  • LinkedIn
  • Twitter
  • Facebook
  • Google+
  • E-mail
  • Terug