De 8 mbo-scholen in 'Dat kan bij ons niet!' zoeken de balans tussen onderwijsambities en regelgeving. Ze laten zien dat je ook binnen de regels kunt vernieuwen, maar daarbij lopen ze wel tegen hindernissen aan.

1. Regelgeving Begeleide Onderwijstijd

Een obstakel is de onduidelijkheid over regelgeving rond begeleide onderwijstijd (BOT) en de Onderwijsinspectie. Scholen kunnen voldoen aan de regels voor BOT, of ze kunnen afwijken van de urennorm.

Bij de eerste optie telt een onderwijsactiviteit mee als begeleide onderwijstijd als lessen plaatsvinden onder de pedagogisch-didactische verantwoordelijkheid van een docent én als er sprake is van proactieve begeleiding. Het belangrijkste criterium is: kan de docent actief ingrijpen in het leerproces?

Ook binnen de regels kan het mbo de student centraal stellen; dat tonen de 8 vernieuwende mbo's in 'Dat kan bij ons niet!' © Dirk-Jan Visser

De nieuwe regels voor onderwijstijd bieden ruimte om af te wijken van de urennorm. Als de kwaliteit is gegarandeerd, studenten en bedrijfsleven tevreden zijn en het college van bestuur de afwijking goedkeurt, hoeft een school de BOT-norm niet te halen.

De Onderwijsinspectie onderzoekt of regels worden nageleefd, maar volgens mbo's die we bij het maken van het boek spraken, denkt de inspectie ook mee. Afwijken van de norm biedt hen ruimte om op een vernieuwende manier het beste onderwijs aan studenten te bieden.

2. Spanning tussen kosten en kwaliteit

Een andere struikelblok is de spanning tussen de kosten van intensieve begeleiding en de kwaliteit van onderwijs. De scholen die we opvoeren, tonen dat het loont om te kiezen voor kwaliteit, door de organisatie vorm te geven vanuit de behoefte van de student.

Financiële impulsen vanuit provinciale of andere subsidies zijn erg belangrijk voor een vliegende start van een verandertraject, al blijkt niet ieder bestuur gebruik te maken van extra gelden. Maar bestuurders verzekerden ons dat scholen de subsidies voor ontwikkeling benutten, en dat de opleiding in de nieuwe vorm per definitie uit de basisbekostiging betaald moet worden.

Samenwerking met het bedrijfsleven, dat ook in de nieuwe vormen van onderwijs investeert, zorgt er ook voor dat een aanpak betaalbaar is.

3. Vernieuwing vergt veel van docenten

Verder vergen de vernieuwende werkwijzen, die we in het boek beschrijven, veel van docenten. Vooral de coaching van studenten vraagt een andere benadering. Het is ook niet voor iedereen weggelegd. We zien daarnaast verfijning van functies en specialismes ontstaan.

Er is tegelijkertijd meer variatie voor docenten. Je meer kunnen richten op coaching, vakkennis of het ontwerpen van onderwijs, blijkt in de meeste gevallen een verrijking van het werk.

4. Vakanties verstoren regelmaat en ritme

Verschillende scholen die we spraken bij het maken van 'Dat kan bij ons niet!' zien vakanties als hinderlijke onderbrekingen van het leerproces. Waar coaches studenten intensief en regelmatig spreken over hun ontwikkelingen op school of in het stagebedrijf, zien ze dat het effect van hun inspanningen soms verdwijnt door vakanties.

Een student vervalt dan in oude patronen, raakt uit het ritme en het kost vervolgens moeite en extra begeleidingsinspanning om hem weer op de rails te krijgen. Hoe je dat oplost? Bij het Friesland College vragen deelnemende bedrijven en instellingen soms aan studenten om in de vakanties (betaald) te blijven werken.

5. Meer administratieve lasten

Tenslotte is administratie een obstakel bij vernieuwing. Als de student het begin- en het eindpunt van het onderwijs is, dan is de organisatie daaromheen arbeidsintensief. Het volgen van ontwikkelingen, op school en bij het bedrijf, kost veel registratietijd.

Die administratie kun je niet altijd weghouden van de docent. Als je anders wilt kijken naar de vorderingen van studenten, met feedback wilt werken en opdrachten breder wilt beoordelen, dan is dat lastig te automatiseren.

Toch nemen vernieuwende mbo's extra administratie voor lief omdat hun aanpak zoveel oplevert. Dat klinkt goed, maar we weten dat administratie vaak de reden is om een vernieuwende werkwijze weer te verlaten en naar oude systemen terug te gaan. Dat is dus steeds een punt van aandacht als je tot vernieuwing wilt komen.

In het boek 'Dat kan bij ons niet!' worden 8 mbo's geportretteerd, die erin zijn geslaagd om binnen de regelgeving hun studenten centraal te stellen. Dit artikel is een bewerking van het hoofdstuk 'Obstakels en oplossingen'.

Downloads

Deel Vernieuwing in het mbo? 5 obstakels en oplossingen

Delen
  • LinkedIn
  • Twitter
  • Facebook
  • Google+
  • E-mail
  • Terug