De scholen van stichting Klasse werken al vijf jaar met adaptieve leermiddelen; oftewel software die de leerlingen gebruiken als digitaal werkboek en die elk kind oefeningen op zijn eigen niveau biedt. Frank Tigges, bestuurder bij deze stichting, is daar heel blij mee. "Al heel snel kregen we enthousiaste reacties van zowel leerlingen als leraren", vertelt hij.

Met inzet van software kan de leraar zich meer richten op de gedifferentieerde instructie en de pedagogische kant van het vak © Rodney Kersten

Leerlingen bleken veel meer te oefenen en ook voor leraren bood het voordelen om te werken met de software: "Zij krijgen heel veel gegevens over het leerproces van de kinderen, waardoor zij zich beter kunnen voorbereiden op instructies op maat", vertelt hij. "Ook neemt het hen werk uit handen, doordat zij niet meer alles zelf hoeven na te kijken."

Het vak van leraar interessanter, leuker en mooier maken

Tigges was er al vanaf het begin van overtuigd dat de software kon dienen als ondersteuning voor leraren. "Nooit ter vervanging. Leerlingen hebben nog steeds begeleiding en instructie nodig. Maar met de inzet van deze programma's maakt dat de leraar zich meer kan richten op de gedifferentieerde instructie en de pedagogische kant van het vak: het contact met de leerlingen. Dat kan het vak interessanter, leuker en mooier maken."

Inge Molenaar, universitair docent onderwijswetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen, onderzocht drie jaar lang wat de effecten zijn van deze adaptieve leermiddelen in het primair onderwijs, onder meer in scholen van stichting Klasse. In het onderzoek stelde Molenaar vast dat de prestaties van leerlingen op scholen die de software gebruikten minstens net zo goed zijn, en in een aantal gevallen zelfs beter, dan op de controlescholen.

Veranderingen zijn er nooit ineens

Molenaar is het met Frank Tigges eens dat de inzet van adaptieve leermiddelen een verrijking kan zijn voor zowel leerling als leraar. "Maar er valt nog veel meer uit te halen dan we nu hebben gezien", zegt ze. "Wanneer mensen innoveren, doen we dat vanuit ons bestaande denkkader", legt ze uit. "Daardoor kost vernieuwing tijd. Veranderingen zijn er nooit ineens; dat is een proces." Het inzetten van adaptieve leermiddelen in de lessen, zoals gebeurde in het onderzoek, is pas de eerste stap in dat proces.

Met de software kunnen leerlingen op hun eigen niveau werken aan het behalen van leerdoelen. Ook houdt het programma de prestaties van leerlingen realtime bij. "Welke oefeningen doet het kind snel, welke duren langer, wat gaat goed, en waar maakt het kind nog fouten? Zo wordt duidelijker zichtbaar waar leerlingen nog hulp nodig hebben", illustreert Molenaar. "Dat geldt niet alleen bij de zwakke leerlingen, maar ook bij de sterke leerlingen, die nu nog wel eens over het hoofd worden gezien. Zo kunnen leraren beter inspelen op de behoeften van elk individueel kind."

Resultaat hangt af van de leraar

Maar in hoeverre deze voordelen worden benut, hangt voor een groot deel af van de leraar. Zo bepaalt de leraar hoeveel ruimte kinderen krijgen om op hun eigen niveau te werken. Molenaar: "Als groepen op de traditionele manier klassikaal blijven werken, hebben alleen de snelle kinderen tijd over om op hun eigen niveau te werken, omdat zij als eerste klaar zijn. Het is aan de docent om lessen zo in te richten dat er meer gelegenheid is om te werken op het eigen niveau." Gedurende het onderzoek maakten leraren daar steeds meer ruimte voor: in het begin leerden leerlingen nog 30 % van de tijd adaptief, oftewel aangepast op hun eigen niveau. Later in het onderzoek was dit percentage verschoven naar 65%.

Meer gebruik maken van data

Leraren blijken dus meer baat te hebben bij adaptieve leermiddelen als ze deze wat langer gebruiken, benadrukt Molenaar. Ze leren het beter te benutten: "Het systeem levert allerlei extra informatie aan over de leerling. Het is vervolgens aan de leraar om die data te interpreteren en te vertalen naar interactie en onderwijskundige interventie." En ook dat is iets wat tijd kost. "In het onderzoek zien we dat leraren die al langer met de software werken, meer gebruik maken van de aangeleverde data."

Molenaar verwacht dat de resultaten van leerlingen zullen verbeteren naarmate leraren de voordelen die de software biedt beter leren gebruiken. "Maar dan is het wel belangrijk om na te denken over de vraag hoe we die verandering willen vormgeven. Zodat leraren de gelegenheid hebben om ook echt alle mogelijkheden te benutten." Tigges geeft daarvoor een praktische tip: "De inzet van expert-leerkrachten kan helpen om de volgende stap te zetten. Door coaching en begeleiding in de klas kunnen zij collega's helpen de software nog effectiever in te zetten."

Inge Molenaar spreekt op 16 mei op de Onderzoeksconferentie 2018. Op deze jaarlijkse conferentie van Kennisnet en het NRO presenteren wetenschappers inzichten uit recent onderzoek naar de opbrengsten van ict-toepassingen in het onderwijs.

Deel Software ondersteunt leraar en laat leerlingen oefenen op niveau

Delen
  • LinkedIn
  • Twitter
  • Facebook
  • Google+
  • E-mail
  • Terug