De maker movement is een beweging van mensen die op hun zolderkamer of in de garage zelf experimenteren, ontwerpen en bouwen met digitale middelen zoals microcomputers, 3D-printers en sensoren. Door deze middelen te verbinden aan internet ontstaan er nieuwe mogelijkheden om fysieke dingen te ontwerpen en maken.

Dit digitale doe-het-zelven wordt steeds populairder. Over de hele wereld slaan jong en oud aan het uitvinden en maken. Dankzij internet kan kennis namelijk snel en wereldwijd worden uitgewisseld en digitale gereedschappen worden steeds goedkoper, en dus toegankelijker.

Leerzaam en verrijkend

Voor het onderwijs is het maken van fysieke dingen met nieuwe technologieën een aanwinst, want het is leerzaam en verrijkend. Dat vindt ook Kennisnet-adviseur Wietse van Bruggen. "Leerlingen doen veel vaardigheden op als ze gaan maken. Het gaat voornamelijk om een ontwerpproces: waarvoor maak je iets, hoe moet het werken, voor wie moet het werken? Het spreekt hun probleemoplossend vermogen aan, ze leren kritisch kijken en het draagt bij aan mediawijsheid en informatievaardigheden. Dat zijn allemaal 21e-eeuwse vaardigheden die op dit moment door veel scholen belangrijk worden gevonden", zegt Van Bruggen in de brochure Jong Geleerd 2.0 Maker in het onderwijs.

In deze brochure van Mijn Kind Online (onderdeel van Kennisnet) lees je verhalen over de praktijkervaringen van leerkrachten met maken in het onderwijs. Maar ook verhalen van leerlingen die met behulp van internet en digitale gereedschappen zelf dingen uitvinden en bouwen.

Downloads

Deel Maker movement biedt onderwijs schat aan mogelijkheden

Delen
  • LinkedIn
  • Twitter
  • Facebook
  • Google+
  • E-mail
  • Terug