Het is weliswaar de vraag of programmeren kernonderdeel wordt van het Nederlands onderwijscurriculum, maar het staat vast dat digitale vaardigheden, zoals computational thinking, een grotere rol gaan spelen. Het computing curriculum is niet een-op-een vergelijkbaar met wat we in Nederland van plan zijn. Toch zijn er wel lessen te trekken. Die kun je nalezen in ons nieuwe rapport.

'Computing' aardig ingeburgerd in Engels curriculum

Over het algemeen kunnen we zeggen dat het vak 'computing' - waarvan programmeren onderdeel is - in een jaar behoorlijk is ingeburgerd in het Engelse curriculum, ondanks de schaal en complexiteit van deze operatie. 

'Er is brede overeenstemming dat het nieuwe computing curriculum een grote verbetering is ten opzichte van het vroegere ict-onderwijs,' concludeert een recent rapport van de University Alliance, om daar meteen aan toe te voegen dat dit grove, algemene beeld moet worden genuanceerd. 'Veel blijkt af te hangen van de houding van de schoolleiding en van de competentie van de individuele docenten. Hoe diep computing is ingebed, varieert enorm, van school tot school.'

Wat we zien is dat er in grove lijnen veel is bereikt, maar dat er op detailniveau ook nog veel schort aan de Britse aanpak. De volgende problemen worden geconstateerd.

Probleem 1: derde van docenten durft geen 'computing' te geven

De kernfactor in het welslagen van dit nieuwe curriculum is de docent, zo onderschrijven de meeste betrokkenen. Als docenten niet goed opgeleid zijn, kunnen ze de lessen niet of nauwelijks geven. Gebrek aan zelfvertrouwen is funest bij dit nieuwe computing-vak, ook al omdat het een vak is waarin sommige - maar niet alle - leerlingen veel meer weten en kunnen dan hun docenten.

Probleem 2: Er is te weinig training en ondersteuning

Te weinig zelfvertrouwen in de eigen kennis en vaardigheden over het vak computing wordt veroorzaakt door een gebrek aan training en ondersteuning, zo is het algemene idee. Dat blijkt inderdaad uit de opleidingscijfers voor computer science van het Britse Department for Education uit 2015.

Probleem 3: Er is gebrek aan duidelijkheid

Volgens Jones ligt een van de kernproblemen bij de beknoptheid van het oorspronkelijke curriculum. 'In het bijbehorende document staat niet hoe de leraren les moeten geven. Je vindt er alleen een serie opdrachten waarmee scholen hun lesprogramma moeten opzetten. Daarop worden ze ook beoordeeld bij de inspectie. Maar het is een vaag document, je kunt er van alles in lezen en je kunt het op meerdere manieren interpreteren.'

Een verwant probleem is volgens Jones dat er al snel veranderingen plaatsvonden in het curriculum, vooral in het secundaire onderwijs (sleutelstadium 4 en 5). Hierdoor moesten syllabi worden aangepast en dat leidde tot verwarring bij docenten en leerlingen.

Leerlingen zijn zeer positief over computing-onderwijs

Sommige docenten (een derde) zijn nog niet overtuigd van het nut van computing-onderwijs, de leerlingen zijn dat zeker wel. 85 procent van de respondenten geeft aan dat hun leerlingen positief hebben gereageerd op het nieuwe computing curriculum. En slechts 1,02 procent van deze leerlingen reageerde negatief (14 procent bleek neutraal).

Een half jaar geleden namen we het Britse computingonderwijs al onder de loep. Lees ook ons rapport 'Computing-onderwijs in de praktijk - wat kunnen we leren van de Britten?'. Daarin konden we al veel zeggen over de ervaringen van de Britten bij de implementatie van digitale vaardigheden, in het bijzonder computational thinking.

Downloads

Deel Eén jaar computing-onderwijs: dit kunnen we leren van de Britten

Delen
  • LinkedIn
  • Twitter
  • Facebook
  • Google+
  • E-mail
  • Terug