De hoogleraren Van Dongen en Voogt van de Universiteit van Amsterdam waarschuwen in de opiniebijdrage op NRC dat digitale leermiddelen onze leraren buitenspel zetten. Zij roepen onderwijsinstellingen op het gebruik van digitale leermiddelen terug te draaien en de schooldeur vanaf nu digitaal dicht te doen. Dit alles uit vrees dat leraren overgenomen worden door digitale programma’s die bepaalde leerstofonderdelen mogelijk beter en sneller aan leerlingen kunnen uitleggen dan een leraar.

Gegronde angst? 

Is deze angst gegrond? Zijn digitale leerprogramma’s een bedreiging of een verrijking voor de ontwikkelingskansen van leerlingen? Resultaten uit onderzoek geven een ongemakkelijk antwoord: beide is waar.

Onderzoek naar onderwijsopbrengsten van digitale leermiddelen laat zien dat binnen eenzelfde klas leerlingen beter, slechter of net zo goed presteren als met een gebruikelijke onderwijsaanpak. Net als bij andere leermiddelen, werken digitale leermiddelen niet bij elke leerling op dezelfde manier. De werking ligt besloten in interactie met andere kenmerken van onderwijs. 

Het pleidooi om digitale leermiddelen te boycotten uit angst dat de leraar buitenspel staat, is nadelig voor de ontwikkelingskansen van veel leerlingen. Met name die van leerlingen die met deze technologie juist tot betere prestaties komen.

De werking van digitale leerprogramma's ligt besloten in de interactie met andere kenmerken van onderwijs © Reyer Boxem / Kennisnet

Kansen en bedreigingen 

De inzet van digitale leermiddelen als bijdrage aan goed onderwijs vraagt om onderwijsprofessionals die onderscheid weten te maken tussen kansen en bedreigingen. Beide dienen zich tegelijk aan. Zoals in de medische wereld een arts bekend dient te zijn met de kracht van een medicijn en tegelijkertijd ook rekening heeft te houden met de bijwerkingen. Wat zou de staat van onze gezondheidszorg zijn wanneer we elk medicijn met bijwerkingen buiten de deur zouden houden?

De kracht van technologie benutten vraagt meer dan ooit om vakmanschap en expertise die helpt onderscheid maken tussen verrijking en bedreiging. Expertise en wetenschapsinstellingen kunnen daaraan bijdragen door inzichtelijk te maken waarom en onder welke condities digitale leermiddelen werken.

Onderwijsprofessionals kunnen, gesteund door deze kennis, zelf keuzes maken die passen in hun onderwijssituatie. Er is behoefte aan onderwijswetenschap die daar met excellente kennis aan bijdraagt. Bangmakerij door digitale apps af te schilderen als een monster dat leraren verslindt en daarom buiten de deur dient te worden gehouden, doet eerder denken aan een bijdrage voor een sprookje.

Deel Digitale leerprogramma’s: bedreiging of verrijking?

Delen
  • LinkedIn
  • Twitter
  • Facebook
  • E-mail
  • Terug