Door digitalisering is steeds meer data beschikbaar, bijvoorbeeld over studievoortgang, studenttevredenheid of slagingskans. Veel mbo-instellingen willen met deze data het onderwijs en de organisatie verbeteren. Maar hoe kies je een concreet project?

Voorbeeldsituatie: Het Zadkine College had in het verleden te maken met studenten die door onvolledige studentdossiers niet meetelden voor de bekostiging. Het ging om ongeveer vijftien procent van de studenten. Dit was aanleiding voor de instelling om te starten met datasturing. Zij maakten via een dashboard informatie inzichtelijk voor betrokken medewerkers. Dit zorgde voor minder onvolledige dossiers: nog maar 1-2 procent was onvolledig.

Mbo-leerlingen werken op een computer waarmee data wordt verzameld, mbo-instellingen willen met deze data het onderwijs en de organisatie verbeteren
Door digitalisering is steeds meer data beschikbaar, met die informatie willen veel mbo-instellingen het onderwijs en de organisatie verbeteren © Anne Carolien Kohler / Kennisnet

Vijf vragen voor inzicht in datasturing

Het lijkt vanzelfsprekend om vanuit een concreet vraagstuk te starten met datasturing. In de praktijk blijkt dit vaak niet zo te zijn. Veel mbo-instellingen weten dat ze 'iets' willen met data. Denk aan het maken van voorspellende stuurinformatie of het experimenteren met learning analytics. Maar om echt aan de slag te gaan is het nodig om je ideeën concreet te maken. Hierdoor wordt de redenering achter het idee duidelijk en daardoor beter bespreekbaar.

Om te starten met datasturing kun je jezelf vijf vragen stellen, namelijk: waarom, waartoe, wat, hoe en wie? De bouwstenen zijn de antwoorden waarmee je kunt starten. Hoe deze bouwstenen op elkaar passen is afhankelijk van de situatie.

Het beantwoorden van deze vragen is niet zo eenvoudig als het lijkt. Niet alle vragen worden beantwoord of antwoorden sluiten niet op elkaar aan. Daarnaast lopen ze in de praktijk vaak door elkaar. Zonder helder verhaal is het als projectleider of adviseur een hele uitdaging om draagvlak te krijgen binnen je mbo-instelling. Hierdoor is het minder eenvoudig om te starten met datasturing.

De waarom-vraag

Waarom wil je iets met datasturing? Door deze vraag te stellen krijg je inzicht in een concreet vraagstuk dat speelt op school.

Bij ROC Noorderpoort speelde bijvoorbeeld een strategische kwestie: hoe blijf je als school onderscheidend in tijden van economische groei? Voor BBL-studenten kan bijvoorbeeld de keuze voor een private opleider aantrekkelijk zijn.

De waartoe-vraag

Waar moet datasturing toe leiden? Deze vraag gaat in op het concrete doel bij het inzetten van data. In het voorbeeld van Zadkine ging het om het voorzien van adequate informatie aan direct betrokken medewerkers zodat zij gerichte actie konden ondernemen.

In het voorbeeld van Noorderpoort ging het om het beter aanbieden van onderwijs via blended learning. Een ander voorbeeld is het Nova College. Zij wilde zich ontwikkelen richting een lerende en datagedreven organisatie. Via data wilden zij de kwaliteitsgrenzen op het gebied van studenttevredenheid en werkzekerheid in de gaten houden.

De wat-vraag

Deze vraag geeft je inzicht in het middel dat je in kan zetten om het doel te bereiken. Bij Zadkine was dit een dashboard dat ervoor zorgde dat de juiste informatie bij de juiste persoon terecht kwam.

Bij Noorderpoort was er een leermanagementsysteem en learning analytics-infrastructuur nodig. Op die manier was het mogelijk om data te krijgen over de leerling en het leerproces. Daardoor kwam deze data beschikbaar voor docenten en de leerling.Het Nova College had de wens om harde en zachte data te combineren. Daardoor was het mogelijk om het studiesucces te voorspellen.

De hoe-vraag

Hoe pak je het veranderproces aan en hoe richt je het in? De hoe-vraag vraag geeft hier antwoord op. Het geeft aan op welke manier de realisatie plaatsvindt. Maar ook met welke planning en met welke interventies. In onze voorbeelden wordt een pilot gehouden, waarvan de instelling wil leren. De resultaten van zo'n pilot kunnen vervolgens breder in de instelling op de plek vallen.

De wie-vraag

Wie zijn er betrokken? En wat is hun beleving bij de huidige situatie en ambities. Het antwoord op deze vragen geeft aan wat de veranderingen voor hen betekenen en wie welke rol speelt.

Bij het Nova College lag het projectleiderschap bij de het bestuursbureau. De dataverzameling heeft in samenwerking met de directie ICT en informatiemanagement plaats gevonden. De data-analyse is extern uitgevoerd. Eerste- en tweedelijns begeleiders waren betrokken bij het duiden van de analyses en het de brainstorm over interventies op basis van de analyses. Het College van Bestuur speelde een belangrijke faciliterende rol.

Wat levert het concreet op?

De pilot bij het Nova College heeft ervaring opgeleverd met het ontwikkelen van voorspellende stuurinformatie. Het vormt de basis voor een vervolg binnen het Nova College. Noorderpoort is bezig met een pilot voor een learning analytics-omgeving van SURFnet. Bij Zadkine is vanuit de ontwikkelingen rond het dashboard een indicator 'potentieel diplomaresultaat' beschikbaar gemaakt voor de lerarenteams.

Meer weten over de veranderingsprocessen en uitkomsten van deze mbo-instellingen? Bekijk de pilotprojecten:

Deel Datasturing in het mbo: stel deze 5 vragen

Delen
  • LinkedIn
  • Twitter
  • Facebook
  • Google+
  • E-mail
  • Terug