1. Verschillende leermiddelen kennen verschillende btw-tarieven

Nederland kent twee btw-tarieven: het 'algemene btw-tarief' van 21%, en het 'verlaagde btw-tarief' van 6% (per 1 januari 2019 verhoogd naar 9%). De regelgeving hiervoor is zeer gedetailleerd, maar ruwweg is het zo dat de volgende producten en diensten onder het verlaagde tarief vallen:

De volgende diensten vallen onder het hoge, algemene tarief:

Simpel gezegd: het lage tarief geldt voor fysiek en het hoge tarief voor digitaal leermateriaal. 

Het btw-tarief op digitaal leermateriaal kan mogelijk worden verlaagd. Op 2 oktober 2018 hebben de Europese ministers van Financiën nieuwe btw-regels vastgesteld. © Rodney Kersten / Kennisnet

2. Digitaal leermateriaal valt meestal onder het 21%-tarief

De meeste digitale leermaterialen zijn online beschikbaar en/of bieden interactiviteit (oefenen, educatieve games, digitale toetsen, et cetera). Deze categorieën vallen daarom onder het hoge tarief. Alleen een digitaal boek dat via een fysieke drager wordt verstrekt (een cd-rom of dvd) valt onder het lage tarief.

Een tablet wordt niet als fysieke drager beschouwd. Het gaat echt om de drager waarop de content wordt aangeleverd. Een usb-stick is daarom wél een fysieke drager.

3. Een hoger tarief betekent een groter beslag op de lumpsum

Onderwijs is vrijgesteld van btw, zodat onderwijsinstellingen geen btw in rekening hoeven te brengen over de diensten die zij leveren. De keerzijde daarvan is dat de btw die zij betalen niet kan worden teruggevorderd. Dit betekent dat als zij een product of dienst kopen dat onder een hoger btw-tarief valt, er ook een groter beslag op de lumpsum wordt gelegd.

Digitale leermaterialen zijn daarmee voor het onderwijs duurder dan leermaterialen van papier. En de verhoging van het lage tarief betekent een reële prijsstijging voor papieren leermateriaal.

4. Het hoge btw-tarief belemmert innovatie

Scholen willen in het onderwijs gebruikmaken van de vele mogelijkheden die ict biedt. Als digitale leermaterialen onder het lage btw-tarief zouden vallen zijn ze voor scholen gemakkelijker te betalen. Zowel het onderwijs als marktpartijen ervaren het hoge btw-tarief op digitale leermiddelen dan ook als een belemmering voor innovatie. Al in 2012 hebben zij hier gezamenlijk aandacht voor gevraagd bij de minister van OCW.

5. Nederland kon de tariefindeling niet vrij kiezen

Nederland is gebonden aan Europese regelgeving bij de keuze van het btw-tarief. Deze regels sluiten het verlaagde btw-tarief uit voor 'langs elektronische weg verrichte diensten', en dus ook voor digitaal leermateriaal dat zonder fysieke drager wordt geleverd.

De staatssecretaris van OCW meldt dit in 2015 in een brief aan de Tweede Kamer. Daarbij geeft hij aan dat het kabinet wil dat het verschil in btw-tarieven tussen fysieke en digitale producten verdwijnt, en dat Nederland zal blijven aandringen op aanpassing van Europese btw-wetgeving op dit punt.

6. Inmiddels is de Europese regelgeving gewijzigd

Op 1 december 2016 publiceerde de Europese Commissie een voorstel om de regelgeving aan te passen. Daarbij gaat het om 'gelijke regels voor het belasten van e-books, e-kranten en hun gedrukte equivalenten'. De gewijzigde regels staan het de lidstaten toe digitale en gedrukte publicaties onder hetzelfde (verlaagde) tarief te laten vallen. De lidstaten zijn hier dan overigens niet toe verplicht.

Op 1 juni 2017 heeft het Europees Parlement met zeer grote meerderheid met het voorstel ingestemd. Omdat het Europese belastingwetgeving betreft moest het voorstel vervolgens unaniem worden goedgekeurd door alle afzonderlijke lidstaten. Dat gebeurde op 2 oktober 2018, in de Ecofinraad: de vergadering van Europese ministers van Financiën.

7. Het is nog onduidelijk voor welke leermaterialen de wijzigingen gelden

De door de Europese Commissie voorgestelde regelgeving biedt de mogelijkheid van een lage btw voor het downloaden van e-books, omdat de beperking 'gebonden aan een fysieke drager' komt te vervallen. Maar dat is slechts een klein deel van het digitale leermateriaal.

Onduidelijk is of het voorstel ook betrekking heeft op interactieve leermaterialen die als elektronische dienst via het internet worden geleverd. De commissie geeft in het voorstel bewust géén definitie van het begrip 'boek', omdat e-publicaties zich snel ontwikkelen, en lidstaten hun regelgeving daar sneller op kunnen aanpassen dan mogelijk is bij Europese belastingwetgeving. Wellicht biedt dat ruimte in Nederland een ruimere keuze te maken.

8. De Nederlandse wetgever is nu aan zet

Met de nieuwe Europese regelgeving heeft Nederland de mogelijkheid haar eigen btw-regelgeving aan te passen. Het is nu aan de Nederlandse wetgever om te bepalen in hoeverre het lage btw-tarief ook voor digitaal leermateriaal zal gelden. Voorafgaand aan het overleg van de Ecofinraad heeft minister Hoekstra van Financiën  in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat het kabinet de gelijke behandeling van digitale en fysieke publicaties snel wil regelen, maar wel langs een zorgvuldig proces.

Met name de 'fiscale afbakening' (wat valt wel er dan precies onder het lage tarief) en de financiering van de verlaging zijn belangrijke aandachtspunten. Daarover zal onder meer worden overlegd met OCW. Verder is er tijd nodig voor de invoering van de maatregel door de Belastingdienst en door het bedrijfsleven.

Het is dus nog steeds niet zeker of digitaal leermateriaal onder het lage tarief zal vallen. En ook als dat gebeurt is het twijfelachtig of dat vóór aanvang van het schooljaar 2019-2020 rond zal zijn.

De internet verwijzingen zijn getoetst op 2 oktober 2018

Deel Btw op leermiddelen: papier wordt duurder, digitaal mogelijk goedkoper

Delen
  • LinkedIn
  • Twitter
  • Facebook
  • Google+
  • E-mail
  • Terug