Nederland kent twee btw-tarieven: het 'algemene btw-tarief' van 21%, en het 'verlaagde btw-tarief' van 6%. De regelgeving hiervoor is zeer gedetailleerd, maar ruwweg is het zo dat de volgende producten en diensten onder het 6%-tarief vallen:

De volgende diensten vallen onder het 21%-tarief:

Simpel gezegd: het tarief is 6% voor fysiek en 21% voor digitaal materiaal.

Digitaal leermateriaal valt meestal onder 21%-tarief

De meeste digitale leermaterialen zijn online beschikbaar en/of bieden interactiviteit (oefenen, educatieve games, digitale toetsen, et cetera). Deze categorieën vallen daarom onder het 21%-tarief.

Alleen een digitaal boek dat via een fysieke drager wordt verstrekt (een cd-rom of dvd) valt onder het 6%-tarief.

Een tablet wordt niet als fysieke drager beschouwd. Het gaat echt om de drager waarop de content wordt aangeleverd. Een usb-stick is wél een fysieke drager.

Hoger tarief betekent groter beslag op lumpsum

Onderwijs is vrijgesteld van btw, zodat onderwijsinstellingen geen btw in rekening hoeven te brengen over de diensten die zij leveren. De keerzijde daarvan is dat de btw die zij betalen niet kan worden teruggevorderd. Dit betekent dat als zij een product of dienst kopen dat onder een hoger btw-tarief valt, er ook een groter beslag op de lumpsum wordt gelegd.

Digitale leermaterialen zijn daarmee voor het onderwijs duurder dan leermaterialen van papier.

Een tablet wordt niet als fysieke drager beschouwd. Het gaat echt om de drager waarop de content wordt aangeleverd.
Een tablet wordt niet als fysieke drager beschouwd. Het gaat echt om de drager waarop de content wordt aangeleverd. © Martijn Beekman/Hollandse Hoogte

Het hoge btw-tarief belemmert innovatie

Scholen willen in het onderwijs gebruikmaken van de vele mogelijkheden die ict biedt. Als digitale leermaterialen onder het lage btw-tarief zouden vallen, zijn ze voor scholen gemakkelijker te betalen.

Zowel het onderwijs als marktpartijen ervaren het hoge btw-tarief op digitale leermiddelen dan ook als een belemmering voor innovatie. Al in 2012 hebben zij hier gezamenlijk aandacht voor gevraagd bij de minister van OCW.

Nederland kan tariefindeling niet vrij kiezen

Nederland is gebonden aan Europese regelgeving bij de keuze van het btw-tarief. Deze regels sluiten het verlaagde btw-tarief uit voor 'langs elektronische weg verrichte diensten', en dus ook voor digitaal leermateriaal dat zonder fysieke drager wordt geleverd.

De staatssecretaris van OCW meldt dit in 2015 in een brief aan de Tweede Kamer. Daarbij geeft hij aan dat het kabinet wil dat het verschil in btw-tarieven tussen fysieke en digitale producten verdwijnt, en dat Nederland zal blijven aandringen op aanpassing van Europese btw-wetgeving op dit punt.

De Europese Commissie wil de regelgeving wijzigen

Op 1 december 2016 publiceerde de Europese Commissie een voorstel om de regelgeving aan te passen. Daarbij gaat het om 'gelijke regels voor het belasten van e-books, e-kranten en hun gedrukte equivalenten'. De gewijzigde regels staan het de lidstaten toe digitale en gedrukte publicaties onder hetzelfde (verlaagde) tarief te laten vallen. De lidstaten zijn hier dan overigens niet toe verplicht!

Nog onduidelijk voor welke leermaterialen wijzigingen gelden

Het voorstel (pdf) van de Europese Commissie biedt in elk geval de mogelijkheid van een lage btw voor het downloaden van e-books, omdat de beperking 'gebonden aan een fysieke drager' komt te vervallen. Maar dat is slechts een klein deel van het digitale leermateriaal.

Onduidelijk is of het voorstel ook betrekking heeft op interactieve leermaterialen die als elektronische dienst via het internet worden geleverd. De commissie geeft in het voorstel bewust géén definitie van het begrip 'boek', omdat e-publicaties zich snel ontwikkelen, en lidstaten hun regelgeving daar sneller op kunnen aanpassen dan mogelijk is bij Europese belastingwetgeving.

Wellicht biedt dat ruimte in Nederland een ruimere keuze te maken.

Nog enkele jaren voordat eventuele wijzigingen merkbaar zijn

Europese belastingwetgeving moet unaniem worden goedgekeurd door alle afzonderlijke lidstaten. Dat geldt dus ook voor het voorstel van de Europese Commissie.

Pas daarna heeft Nederland de mogelijkheid haar eigen btw-regelgeving aan te passen. Dat vraagt besluitvorming in het kabinet en behandeling in het parlement. (Verlaging van het tarief betekent overigens ook minder belastinginkomsten, waarvoor een oplossing in de begroting zal moeten worden gevonden.)

Al met al mag een eventuele verlaging van btw op (een deel van de) digitale leermiddelen niet voor het schooljaar 2019-2020 worden verwacht.

Update (1 juni 2017)

Op 1 juni heeft het Europees Parlement met zeer grote meerderheid ingestemd met het voorstel van de Europese Commissie. Daarmee is een volgende stap gezet naar verlaging van het btw-tarief voor digitale publicaties.

De eerstvolgende stap is dat de Raad van Ministers – waarin de regeringen van alle lidstaten zijn vertegenwoordigd – unaniem met het voorstel moet instemmen. Vervolgens hebben de lidstaten de vrijheid hun regelgeving aan te passen. Het is dan aan de Nederlandse wetgever om te bepalen in hoeverre het lagere btw-tarief ook voor digitaal leermateriaal zal gelden. 

Deel Btw op digitale leermiddelen? Beweging maar nog geen verlaging

Delen
  • LinkedIn
  • Twitter
  • Facebook
  • Google+
  • E-mail
  • Terug