Eind november was het weer tijd voor de Week van de Mediawijsheid. 150.000 Nederlandse zevende- en achtstegroepers gingen een week lang volop aan de slag met uitdagende mediamissies rondom mediawijsheid, sociale media, informatievaardigheden, vloggen, cyberpesten en programmeren.

Mediawijsheid gaat ook over het maken van media; iets dat leerlingen steeds meer doen, bijvoorbeeld met hun telefoon © Joost van den Broek/Hollandse Hoogte

MediaMasters briljant opgezet

MediaMasters is zo opgezet dat de leerlingen ook thuis nog aan missies kunnen werken en zo extra punten scoren voor hun groep. Een briljante opzet om leerlingen, leerkrachten én ouders gedurende een week onder te dompelen in mediawijsheid.

Toch denk ik dat er nog steeds te weinig tijd wordt besteed aan een belangrijk onderwerp als mediawijsheid. Dat heeft er naar mijn idee mee te maken dat veel leerkrachten en ouders denken dat dit enkel gaat om veilig gebruik maken van online toepassingen.

Veilig omgaan met media

Veilig omgaan met media is natuurlijk een heel belangrijk onderdeel van mediawijsheid. Daarbij moet je er overigens wel voor zorgen dat je niet alleen nadruk legt op alles wat mis kan gaan. Online media maken onlosmakelijk deel uit van ons leven en hebben ook veel positieve kanten.

Daarnaast denken veel volwassenen dat kinderen heel handig zijn in het gebruik van media. Dat is natuurlijk wel zo wanneer het om navigatie en knopvaardigheid gaat. Maar de meeste kinderen hebben een volwassene nodig om zaken voor hen te duiden rond online normen en waarden.

Maken van media blijft onderbelicht

Naast het veiligheidsaspect is mediawijsheid ook: kinderen bewust maken van de invloed die vloggers hebben op de jongerencultuur. Zij hebben een groot publiek onder jonge kinderen en dat heeft een aantal commerciële partijen inmiddels ook ontdekt.

Mediawijsheid gaat óók over zelf media kunnen maken. Wij consumeren met zijn allen vele uren media maar het zelf maken van media blijft vaak wat onderbelicht. Toch is dit ook een steeds belangrijker wordende competentie.

Onder andere bedrijven en scholen vragen steeds vaker om jezelf te presenteren in de vorm van een videopitch in plaats van een mail of een curriculum vitae. Tenslotte gaat mediawijsheid over het begrijpen van auteursrecht en het doseren van mediagebruik.

Mediawijs word je door met elkaar in gesprek te gaan over de invloed van media, door zelf media te maken en door leerlingen te helpen om kritisch te denken. Om dat te kunnen doen heb je mediawijze leerkrachten en ouders nodig. De inhoud van mediawijsheid is dynamisch. Morgen kan er een nieuw populair sociaal medium opkomen en dan moet je in grote lijnen weten wat daarvan de mogelijkheden zijn, zodat je erover kunt meepraten.

Het belang van bepaalde apps of media ontkennen, terwijl die door grote groepen worden geadopteerd, dat helpt niet. Precies dat gebeurt er momenteel met Snapchat. Wanneer je ouder bent dan 25 jaar begrijp je blijkbaar niet helemaal waar het bij Snapchat om draait.

Impact van Snapchat onderschat

Meer dan 70 procent van de gebruikers is jonger dan 25. Bij de Amerikaanse verkiezingen van begin november is de impact van Snapchat onderschat. De kandidaten waren daar nauwelijks zichtbaar.

Inmiddels weten grote bedrijven, zoals bijvoorbeeld Vodafone, dat Snapchat een prima kanaal is om jongeren te bereiken. Niet door er zomaar wat advertenties op te gooien maar door generatiegenoten door 'storytelling' te laten vertellen wat zij zo goed vinden aan een product.

Integreer mediawijsheid in het curriculum

En hier komt opnieuw mediawijsheid om de hoek kijken. Naast competenties als 'zien hoe media de werkelijkheid kleuren' en 'participeren in sociale netwerken' gaat het ook om het 'realiseren van doelen met media' en word je van enkel consument ook producent van media.

Laten we dus mediawijsheid niet beperken tot die ene week in november. Laten we ook in de rest van het jaar aan de slag gaan met het maken van digitale verhalen; bijvoorbeeld binnen het taalonderwijs. Zo integreer je media in het curriculum en hoeft het geen extra tijd te kosten. Dat is echt mediawijs onderwijs.

Tessa van Zadelhoff werkt ruim 20 jaar in het basisonderwijs. Sinds januari 2013 is ze projectleider onderwijsinnovatie bij de Stichting PRODAS met daarin 25 basisscholen. Deze stichting heeft een Ontdeklab waar leerkrachten met hun klas welkom zijn om kennis te maken met onderwerpen als ict-werkvormen, programmeren, maakonderwijs, mediawijsheid en 21e eeuwse vaardigheden.

Deel 'Beperk mediawijsheid op school niet tot één week in november'

Delen
  • LinkedIn
  • Twitter
  • Facebook
  • Google+
  • E-mail
  • Terug