Bijna 4,5 miljoen Nederlanders komen dus digitaal niet goed mee in de maatschappij. Een groot deel daarvan zijn ouders van kinderen die naar school gaan. Kinderen leren dus niet vanzelfsprekend thuis hoe zij moeten omgaan met digitale informatie en beschikken niet per definitie vanuit huis over digitale vaardigheden.

Aandacht voor digitalisering in verkiezingsprogramma’s

Kennisnet heeft, net als andere partijen in het onderwijs, veel aandacht gevraagd voor digitalisering en veilig digitaal onderwijs. Bij veel politieke partijen is het onderwerp goed op de radar terechtgekomen – missie geslaagd.

Toen het kabinet in juli viel, zullen heel wat bestuurders in ons land even rechtop zijn gaan zitten. Een kabinetsval is altijd mogelijk – maar wat zou dit gaan betekenen voor al die belangrijke voornemens en plannen? Ook ik zat direct op het puntje van mijn stoel; met hulp van bijvoorbeeld groeifondsprogramma’s zetten we eindelijk de broodnodige stappen in het onderwijs op het gebied van digitalisering. We moeten ervoor zorgen dat het onderwerp op de agenda blijft staan om dat pijnlijke aantal van 4,5 miljoen omlaag te krijgen.

Gelukkig zie ik dat in veel verkiezingsprogramma’s het onderwerp digitalisering terug te vinden is. En dat is terecht. Wij zullen er alles aan doen wat in onze mogelijkheden ligt om de focus op het onderwerp te houden. In een pamflet dat we hebben gepresenteerd tijdens OnderwijsInzicht 2023 leggen we uit wat er volgens ons nodig is. Ik adviseer beleidsmakers het pamflet van Kennisnet even door te nemen, dan heb je de hoofdlijnen wel te pakken. Een nieuw kabinet zou zich hierop moeten richten.

Lees ze hier: Drie ambities voor toekomstgericht onderwijs van Kennisnet© Kennisnet

Zorgen voor duurzaam digitaal beleid

De roep om een duurzaam digitaal beleid is niet iets wat uit de lucht komt vallen. Meerdere partijen waar Kennisnet mee samenwerkt, maken zich hier zorgen over. De Tweede Kamer zelf heeft met het aannemen van de motie-Kathmann duidelijk gemaakt dat er een integraal plan voor digitalisering nodig is. Er staat veel op het spel. Digitaal veilig onderwijs, privacy, AI, kansengelijkheid, digitale geletterdheid, de roep om een publieke digitale basisinfrastructuur; voor al deze onderwerpen is nog veel inspanning te verrichten.

De kunst is om het grote plaatje niet uit het oog te verliezen. Soms lijken digitale ontwikkelingen als een sneltrein over de samenleving heen te denderen. Als het over onderwijs gaat, krijgen we daar bij Kennisnet direct en terecht urgente vragen over. Recent nog: hoe kan een school omgaan met het fenomeen TikTok-roddelkanalen? Of met de vraag of je ChatGPT moet toestaan bij toetsen en examens. We geven dan graag antwoord of adviseren over de mogelijkheden.  Maar minstens zo belangrijk vind ik de visie op langere termijn en de positie die we aan het onderwijs zouden moeten geven bij digitalisering en professionalisering. We moeten onze krachten verenigen, binnen de sector en met andere sectoren, om zo’n visie vorm te geven. Vraagstukken rond publieke digitale infrastructuur bijvoorbeeld, raken onze gehele samenleving; hier is zelfs een inspanning in Europees verband voor nodig.

Onderwijssector met voorrang trainen

Nieuwe veelbelovende technologieën moeten we wat mij betreft zo snel mogelijk onderzoeken en beproeven voor het onderwijs. Daarin mag de onderwijssector een voorrangspositie krijgen – van primair tot hbo/universitair onderwijs en evenzogoed ook het avond- en nascholingsonderwijs. Immers, dit is de plek waar leerlingen, studenten, mensen kunnen leren omgaan met digitale toepassingen.

Kinderen leren niet vanzelfsprekend thuis hoe zij moeten omgaan met digitale informatie en beschikken niet per definitie over digitale vaardigheden.

Dat wil niet overigens zeggen dat we alle innovaties klakkeloos de klas in brengen, want niet alle vernieuwingen brengen alleen maar goeds. Maar de onderwijssector is wel bij uitstek de omgeving waar we innovaties goed moeten leren kennen en onderzoeken, zodat we weten hoe we ze op een goede manier kunnen toepassen.

Ook schoolleiders en bestuurders moeten veelbelovende technologie op meer dan basaal niveau kennen. Kennis van zaken, dat is de minimale voorwaarde om goede besluiten te nemen over een technologie en om met overtuiging te kunnen zeggen wat we wel en niet willen voor ons onderwijs.

Onbehagen over digitalisering omzetten in actie

Persoonlijk ben ik van het ‘kansen zien’ en zo moeten we ook zeker naar de toekomst kijken. We voelen ons soms overvallen door razendsnelle ontwikkelingen, dat overkomt mij ook nog weleens. Dan is mijn advies om even te helikopteren en te bedenken: wat kunnen we nú doen en hoe past het bij die duurzame visie? Welke acties zetten we bijvoorbeeld in gang om ervoor te zorgen dat die 4,5 miljoen Nederlanders met vertrouwen en zonder problemen hun digitale zaken, zoals digitaal bankieren, geregeld krijgen?

Gelukkig werken we hier met zijn allen hard aan. Mijn oproep aan beleidsmakers is om de onderwijssector hiervoor alle ruimte te geven, met de middelen die daarvoor nodig zijn. Kabinet of (even) geen kabinet. Niet verslappen nu, maar focussen op die digitale toekomst, met een prioriteit voor de onderwijssector.

Deze blog verscheen ook op ibestuur.nl.

Deel deze pagina: De digitaliseringsslag in het onderwijs: nu niet verslappen!

Delen
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • E-mail