Pedagogisch-didactisch handelen
Bij de kerntaak pedagogisch-didactisch handelen gaat het erom dat je als leraar je onderwijs ondersteunt met ict-hulpmiddelen. Je bent in staat te beoordelen wanneer ict een meerwaarde heeft en past je kennis en vaardigheden op het gebied van leerinhoud, pedagogiek, didactiek én technologie in samenhang toe.
Het didactisch handelen splitsen we op in 3 handelingen die betrekking hebben op het primaire onderwijsproces: instructie geven, laten leren en toetsen.
Instructie geven
Ict ondersteunt leraren in het geven van instructie doordat het allerlei mogelijkheden biedt om tekst, beeld en audio te combineren. Dit is bij uitstek zichtbaar bij het gebruik van multimediaal lesmateriaal, wat met een computer of tablet toegankelijk gemaakt kan worden. De combinatie van tekst, beeld en geluid zorgt niet alleen voor een verhoogde motivatie maar ook dat leerlingen complexe begrippen sneller begrijpen (lees het artikel Meer leren van beeld en geluid). Daarnaast is het digitale schoolbord een goed voorbeeld van multimediaal ict-gebruik.
Een ander werkend voorbeeld van instructie geven ondersteund door ict is het leren op afstand (Benschop, 2005). Door middel van videoconferencing geeft een leraar, of andere deskundige, aan leerlingen op verschillende locaties instructie. Onderzoek laat zien dat leerlingen met leren op afstand dezelfde prestaties halen als met face-to-face onderwijs. Het vraagt echter wel om een goede voorbereiding van leraren en leerlingen en stelt hoge eisen aan de vaardigheden van leraren die op afstand orde moeten houden en de voortgang moeten monitoren.
Meer over leren op afstand.
Andere vormen van instructie waarbij gebruik wordt gemaakt van video zijn ingeblikte lessen en instructievideo’s. De leerling kan zelfstandig, de video-instructie bekijken wat het leren tijd en plaats onafhankelijk maakt. Voorbeelden hiervan zijn de Khan Academy en Flipping the Classroom. Hierbij is het van belang dat leraren een actieve rol blijven spelen in de begeleiding: niet alle leerlingen zullen uit zichzelf een video gaan bekijken. Ook de kwaliteit van de video is van belang voor een goed leerresultaat.
Meer over video in het onderwijs.
Laten leren
Niet alleen instructie geven, ook leerlingen laten leren is onderdeel van het didactisch handelen van leraren. We onderscheiden hierin 3 soorten leren: gestructureerd oefenen, onderzoekend leren en leren leren.
Gestructureerd oefenen
Gestructureerd oefenen draait met name om toepassen en herhalen. Bijvoorbeeld het uit het hoofd leren van nieuwe feiten of woordjes, het toepassen van geleerde regels (zoals grammaticaregels) of het oefenen van vaardigheden (bijvoorbeeld blind leren typen). Het gebruik van digitale oefenprogramma’s helpt leraren hun leerlingen gestructureerd te laten oefenen. Gebruik van goede digitale oefenprogramma’s leidt tot een verhoogde motivatie, taakgerichtheid en groter zelfvertrouwen. Met name bij taal en rekenen kennen we veel werkende voorbeelden (van Rijn, 2009).
Ook leerlingen met een beperking (fysiek, cognitief of in gedrag) hebben veel baat bij digitale oefenprogramma’s. Uit onderzoek blijkt dat voor leerlingen met een specifieke behoefte digitale oefenprogramma’s een positief effect hebben op leerresultaten (EXSO, 2011). Voor deze leerlingen is het een groot voordeel dat ze in hun eigen tempo en op eigen niveau kunnen oefenen en de oefeningen meerdere malen kunnen herhalen. Dit maakt het leerproces voor hen meer beheersbaar.
Onderzoekend leren
Onder onderzoekend leren verstaan we lesvormen waarbij leerlingen in meer of mindere mate vrij zijn om zelf een antwoord te zoeken op een vraag, informatie te vinden over een onderwerp, inzicht te verwerven over een begrip of vaardigheden te ontwikkelen. Vaak gaat het om complexe vraagstukken met meerdere antwoorden, waarbij het proces – hoe de leerling de oplossing bereikt – tot de leerdoelen behoort. Ict kan op dit gebied veel opleveren, maar net als bij oefenprogramma’s geldt dat toepassingen minimaal een goed doordacht, professioneel didactisch ontwerp en voortdurende aandacht van de leraar vergen.
Een voorbeeld hiervan is het werken met webquests. Leerlingen krijgen een betekenisvolle, functionele opdracht om informatie te zoeken, verwerven en integreren. Een specifieke toepassing van de webquest is de mobile webquest waarbij leerlingen een device, zoals een mobiele telefoon gebruiken om opdrachten en spelletjes te doen in een omgeving buiten het schoolgebouw. Hier gelden dezelfde principes van multimediale voordelen zoals eerder genoemd maar dan gecombineerd met een inspirerende omgeving.
Leren leren
Met ‘leren leren’ bedoelen we onderwijsvormen die primair gericht zijn op het leerproces en de bewustwording daarvan. Hierbij is het belangrijk dat leerlingen leren reflecteren op de manier waarop ze leren en algemene vaardigheden opdoen. De leerinhoud is daarbij ondergeschikt aan het leerproces. Een voorbeeld van hoe is ict hierbij kan ondersteunen is het digitale portfolio. Daarin slaan leerlingen hun werk op, krijgen ze feedback en hebben ze overzicht van wat ze gedaan hebben. Sommige scholen breiden dit soort toepassingen nog verder uit door alle leerlingen een eigen laptop te geven, zodat het digitale portfolio altijd bij de hand is (Weijs, 2010).
Bekijk een leaflet over een onderzoek naar het effect van het digitale portfolio op zelfregulerend leren.
Toetsen
Behalve nieuwe vormen van leren maakt ict ook nieuwe manieren van toetsen mogelijk. Digitale toetsen blijken een betrouwbare vervanger van de papieren toetsen en bieden tijdwinst en gebruiksgemak (Luyten, Ehren & Meelissen, 2011). Het automatisch antwoorden laten nakijken of een database aanleggen met toetsvragen waaruit zij steeds nieuwe toetsen kunnen genereren, bespaart leraren veel tijd. Voor het afnemen van digitale toetsen, hebben leraren wel bepaalde kennis nodig en moeten zij bijvoorbeeld alert zijn op het afschermen van informatie wanneer een leerling een online toets maakt.
Bekijk meer over digitaal toetsen.